Een weekje Elzassen

 Door Filip, Ria en Nathalie Pasen april 2004

Het Paasverlof kondigt zich goed aan, de laatste dagen van maart zijn voortreffelijk geweest, temperaturen van rond de 20°C, zalig gewoon. Binnenshuis worden deuren en vensters wijd open gezet, de lente nadrukkelijk binnengeloodst. Heerlijk hoe een frisse, typische voorjaarsgeur de kamers geleidelijk vult.

Tijdens het laatste weekend van de examens worden grootse werken aan de motorhome uitgevoerd; de wintervacht wordt met polish verwijderd, het interieur met veel zorg opgeblonken, ons trotterke is gelijk nieuw, motor, chassis, opbouw, keuken, badkamer, water, gas,… alles piekfijn, we zijn er klaar voor…
Vandaag vrijdag 2 april, na het rapport zijn we pleite, voor een dag of 10 trekken we naar de Elzas, samen met J&M, vrienden die voor deze periode een camper hebben gehuurd. Als voorwacht vertrekken wij vrijdag. We spreken zaterdag in Hamoir af, een Ardens dorpje aan de oevers van de Ourthe. Het weekend wordt rustig ingezet, we kuieren wat, drinken op z´n minst tien tassen koffie teveel, doen nog een verwoede poging om een wandelingetje uit onze sloefen te slaan, maar kruipen steeds terug in ons geliefd trotterke, het weer is omgeslagen, druilregen, het antwoord op een vurig pleidooi voor het Paasverlof, bah…

´s Avonds arriveren onze vrienden, het gehuurde vehikel wordt aan een vlugge controle onderworpen en goedgekeurd. Hij ziet er inderdaad voortreffelijk uit, 5000 km op de teller en binnenin slechts hier en daar wat sporen van gebruik. Bij een overheerlijke witte Bourgogne worden de landkaarten tafelbreed uitgespreid, een eerder gemaakte reisroute nog even doorgenomen. Tegen middernacht blazen we de kaarsen uit, zetten de stoof op waakvlam, de Ardense ijsheiligen voor schut zettend.

10 uur, een schrale zondagmorgen, de contactsleutels zonder pardon omgedraaid, tsjirpend wordt de turbo aangejaagd en we verlaten België langs Bastogne en Aarlen. In Luxemburg vullen we de dieseltanks en rijden Frankrijk binnen langs Metz. In Pont-à-Mousson is het genoeg geweest met snelwegen. Via Château Salins naderen we de Vogezen. Lichtgolvende akkers, het Parc Naturel Lorraine, het gebied van de duizend meren, de D955 ligt vrij behoorlijk. Nooit vervelend flitsen de kilometers tot Sarrebourg voorbij. We verlaten de N4 en volgen de D45 richting zuidoost. Eerst onzichtbaar, wat later dominant, de heuvelflanken worden steiler, de bossen dichter. In Haselbourg gaat het tot Dabo waar we aan de “Rocher de Dabo” een pauze inlassen. De weg loopt spiraalvormig tot de top, een feeëriek kapelletje prijkt eenzaam op de puntige heuvel, een wijds zicht over de Vogezen valt ons te beurt. Na een kwartiertje zijn we uitgewaaid en spoeden ons naar onze MH, een hagelbui doet ons de laatste meters in een recordtempo afleggen. Traag smelt het ijstapijt en tot die tijd vergenoegen we ons aan een gezellig bakje troost…

De hellingen rond de Col de Valsberg (652m) liggen er schitterend bij, de zon priemt door het wolkendek, een donkergrijze hemel accentueert de lichtbundel die in honderden lichtjes uiteenspat op de blaadjes van de juist ontwakende bomen in het dal.

In Wangenbourg volgen we de D218 langs de “Cascade de Nideck”. Het weer is niet veel soeps, we hebben besloten om tot het zuiden van de Elzas door te rijden en de volgende dagen de noordelijke richting aan te houden. Er zit niets anders op. In Oberhaslach draaien we richting Obernai, de A35 autobaan op. In de westelijke verte steken de vrij afgeronde hoogtes van de Vogezen scherp af tegen de horizon. Voorbij Sélestat nemen we afrit 20, Ribeauvillé, de laatste kilometers tot Kaysersberg lijken eeuwig te duren. Eindelijk rijden we de immense camperparking op, pfff eigenlijk wat teveel kilometers gereden, maar ja, met zo´n slecht weer konden we beter rijden dan werkeloos toe te zien vanachter het glas.

Tijdens een korte avondwandeling nuttigen we een lokaal wijntje in een typisch billenkletserscafeetje en kaarten nog wat na. De bedstee roept onverbiddelijk, de oogleden voelen zwaar aan, te zwaar.

Maandag acht uur, een toeterende vrachtwagen langs de N415 doet ons abrupt ontwaken. Na het gebruikelijke ochtendritueel staat een tocht door een stukje Vogezen op het programma. Het stijgingspercentage langs de N415 valt mee, de laatste 6 km tot de top van de “Col du Bonhomme” (949m) gaan langs breed uitgesmeerde asfaltwegen, de scherpe S-bochten kunnen diep aangesneden worden. De afdaling richting Plainfaing is iets grimmiger. In het dorp nemen we de D23. Zwitserse taferelen passeren de revue. Net voor “Le Valtin” houden we halt op het dorpspleintje, een nepwatermolen spuwt onophoudelijk water, op de velden groeien duizenden wilde paasbloemen. Uit de hemel valt verharde sneeuw, een Italiaans echtpaar haast zich snel in de wagen na de obligatoire foto van de watermolen.

a een scherpe bocht rond de kerk wordt de baan ineens een stuk steiler, we ronden vlotjes de 1000m kaap, links en rechts van de weg verschijnen de eerste sneeuwvlekken. We draaien de D417 op. De velden liggen er wit bij, de takken van de bomen torsen enkele centimeter sneeuw. Op de wegen verschijnt, zeer tot ongenoegen, een papperige smurrie. De “Col de la Schlucht” (1258m) wordt op het palmares bijgeschreven. Met de nodige voorzichtigheid zetten we de afdaling in. Net voor Münster plaatsen we de MH op de parking achter het station en gaan, zo blijkt, tevergeefs op zoek naar tekenen van de beroemde kaas. Op de daken rond het marktplein nestelen verschillende ooievaars.

Achter de kerk vinden we een “info” kantoortje waar we op zoek gaan naar wat supplementaire documentatie. Een kwartiertje later verlaten we het stadje. In Soultzbach nemen we de D40 en na wat gekronkel bereiken we de top van de “Col du Firstplan” (720m). Na de zoveelste bocht houdt plots het bos op en rijden we als bij toverslag door de wijnakkers (foto links).

Golvend over het terrein staan miljoenen ranken, kort gewiekte stronken riesling, pinot en gewürztraminer, klaar om binnen enkele maanden de zo begeerde vruchten voort te brengen. We volgen de “Weinstraβe” van Gueberschwir tot Rouffach. Daar hebben we een afspraak met een wijnbouwer. De vrouw des huizes ontvangt ons en schenkt menig wijnsoort in. We proeven, discussiëren wat, selecteren, om vervolgens het goddelijke vocht in een spuugemmer weg te kieperen, wat een zonde…

Na een uurtje nemen we afscheid en zetten onze weg verder. Slechts 5 km verder rijden we het terrein van de Bollenberg op, een FrancePassion wijnbouwer die zijn schaapjes duidelijk op het droge heeft. Naast het gerenommeerde wijnhuis delen een hotel-restaurant het erf. Iets verder tussen de wijngaarden prijkt het bordje France Passion. Al verschillende malen hebben we hier gestaan en komen er graag terug, de rust die je hier vindt,…zalig.

De nog half verzadigde smaakpapillen komen nog wat tot rust bij wat versnaperingen en een goedgevulde mok koffie. Een halfuurtje later staan we in de “cave”. Nu we vandaag niet meer hoeven te rijden kunnen we ten volle genieten van de wijnproef. Deskundig krijgen we de laatste nieuwtjes uit Elzasland te horen.

Monster houten vaten van om en bij de 12000 liter, gevuld met heerlijk gegist druivensap, rijk aan geur en smaak. Van minerale riesling tot edele gewürztraminer, en dit alles in trappen van heerlijkheid, van huiswijn tot grains nobles (edele rotting). De wijnen zijn schitterend, de prijzen eerlijk. We zijn weer wat kartons wijn rijker, wat euro´s armer. We krijgen nog een flesje mee voor de avond. In een zalige roes sluiten we onze ogen, hopend dat dit eeuwig mag blijven duren.

Dinsdag, klokslag acht, tractors starten, arbeiders beginnen hun dagtaak, een uurtje later duwen we het gaspedaal in. Tussen de documentatie hebben we een adres gevonden waar de zo begeerde Münster-kaas wordt gemaakt. We vinden het bedrijfje goed halverwege Kaysersberg en Orbey. Na een kleine rondgang (achter glas) belanden we in een soort ontmoetings- en degustatieruimte. We kunnen er enkele kazen uit het gamma proeven. Het oogt allemaal professioneel maar in de praktijk komt het nogal stuntelig over.

We besluiten door te rijden naar het “Lac Blanc”, een prachtig meer op zo´n 1000 meter hoogte, omgeven door machtige wanden van graniet. Dit decor zou schitterend zijn om onze boterhammekens achterover te slaan.

Doch externe krachten hebben er anders over beslist. Halverwege de 14 km tussen het kaasbedrijf en het meer is het beginnen sneeuwen, en nog niet zo´n klein beetje ook. In een mum van tijd bedekt een glazige film van sneeuw en ijs het wegdek in die mate, dat doorrijden zonder kettingen eigenlijk niet echt verantwoord is. Zo snel als mogelijk draaien we terug, terug tot in het dal…

Eenmaal in Kaysersberg rijden we de camping municipale op. 4 sterren, mooie percelen, stroom en vooral liters heet douchewater. De namiddag wordt gebruikt om ons trotterke eens deftig op te ruimen. Het barslechte weer heeft vooral de zone rond de ingangsdeur tot “onherkenbaar” herschapen.

De twee volgende dagen zijn eigenlijk identisch, het inrijden van de Vogezen wordt keer op keer afgestraft door sneeuwvlagen. We beperken ons tot de lagere regionen en bezoeken Türckheim, Ribeauvillé en Riquewihr, allemaal middeleeuwse vestingen die, onaangetast door de tijd, hun pracht en praal met ons delen. De Weinstraβe kronkelt als een parelsnoer onafgebroken door de wijngaarden en verbindt de schitterende Elzasdorpjes tot één geheel.

Vrijdag, weinig beterschap met het weer, vandaag vatten we de terugweg aan, een dag vroeger dan gepland.
We spreken af de Elzas noordelijk te volgen tot het departement van de Moesel. Het eerste gedeelte tot Obernai, nemen we de N83-A35 autosnelweg. Voorbij Rosheim tot in Savenne volgen we de N4. De streek ten noorden van Savenne is voor ons onbekend en onbemind, en dus stippelen we een route uit dwars door de noord-Vogezen. Wat bijna onmiddellijk opvalt, is de slechte staat van de bossen; omgevallen bomen, ontwortelde stammen, gekapt hout ligt half rottend te wachten op…

De D122-178 brengt ons in Petite-Pierre, een godvergeten mondain dorpje te midden van een kalend bos. Van de levensgenietende Elzasser blijft niet veel meer over. Het sympathieke is weg, ver weg.

Een reclameprentje in de ACSI-gids prijst de streek. Bij een camping in Baerenthal wordt halt gehouden. Buiten de vaste chalets, verhuurd aan de lokale aboriginals, vinden we enkel plaats op een plein, het lozingspunt voor de campers is danig verwaarloosd. De douches en het sanitair lijken van voor onze tijdsrekening. Aan de receptie hokt wat jeugd samen. Uit auto´s in de buurt dreunen doffe klanken uit de zware bass-kasten. Neen, dit is niets voor ons, dan rijden we liever tot Luxemburg. Ook visueel stralen de bewoners uit deze omgeving niet veel vriendschap uit. Argwanend rijden we uit het dorp. Enkele km´s verder passeren we de ruïnes van het “Château de Falkenstein”, Frankenstein ja…

Na Bitche zijn we snel in Zweibrücken (Duitsland) en nemen de A8 tot de Luxemburgse grens in Remich. Door Sandweiler, langs de nationale vlieghaven, en juist na Hostert draaien we de N30 op. Spoedig zijn we in Larochette. Camping Birkelt (oude bekende) wordt opgereden. Er heerst een serieuze drukte met de paasdagen. Buiten een dom kloksysteem om te douchen is het er best gezellig. We blijven nog twee nachtjes om terug wat op adem te komen. Het zit er weeral op… Spijtig, het weer heeft serieus wat roet in het eten gegooid. Voor de rest hebben we gevonden wat we zochten, rust, wijn, natuur, kortom verlof zoals het zou moeten zijn…

Urbano
Urbano
SEC Construction
SEC Construction
Ruwelka Verzekeringen
Ruwelka Verzekeringen
Dicar Motorhomes
Dicar Motorhomes
Denys Motorhomes
Denys Motorhomes
Autobedrijf De Cock (DCR)
Autobedrijf De Cock
CTM Motorhomes
CTM Motorhomes
Alpha Motorhomes
Alpha Motorhomes
ABC Mobile
ABC Mobile

Campersite.be

Account registreren

Gebruikersnaam *
E-mailadres *
Wachtwoord *
Bevestig uw wachtwoord *
Telefoonnummer
Verberg mijn telefoonnummer
Zakelijk account
Heeft uw onderneming betrekking tot kampeerauto's?
Bedrijfsnaam
Btw-nummer
Website
Contactpersoon naam
Contactpersoon E-mail
Contactpersoon telefoon
Facturatie straat en huisnummer
Facturatie postcode en gemeente
Voeg uw winkel/toonzaal toe