Eindelijk is het dan zo ver, het is 11.30 uur als we de deur van ons
huis op slot kunnen draaien en op weg gaan.
We vertrekken richting Luxemburg
naar Frankrijk om via de nationaal wegen naar het zuiden af te zakken.
Onze eerste overnachting plaats is een parking vlak voor Nancy, waar
ook een benzine pomp en restaurant bij is. Er staan al veel vrachtwagens
geparkeerd om te slapen. We zoeken een plaatsje onder een lantaarn,
het zal wel wat onrustig zijn vannacht, maar wel veilig, tenminste, dat dachten we !
Ik wordt om een uur of half 1 wakker van een beweging van
de auto, vreemd, want we liggen allebei stil. Even later zie ik het licht van
een zaklamp, iemand probeert iets te zien tussen de randen van de isolatie
matten voor de ruiten! Er is duidelijk iets niet pluis en ik maak mijn
man wakker, hij ziet nog net de zaklamp door de cabine flitsen. We stappen
met veel kabaal uit bed en gewapend met enkele sportattributen ( we
zijn sinds kort enthousiaste honkballers) gaan we op onderzoek. Het
interieur lichtje gaat plots branden en dat kan alleen als er een portier
open is! Ik controleer dit direct en ja hoor, de deur aan de passagierskant
is al open en het dashboard kastje staat al open, nou, daar heeft men
niet veel aan, hooguit een doos snoepjes! Mijn man gaat naar buiten
en ik sta op wacht om de eerste de beste een flinke mep te verkopen.
Er is natuurlijk niets te zien en we balen stevig, dat het zo makkelijk
is om een portier open te krijgen, aan de deur is niets te zien, dus
de dader moet een master key van Fiat Ducato hebben. Al met al slaap
ik niet zo rustig meer, je weet immers niet of ze terug komen met een
spuitbus of iets dergelijks. De volgende morgen gaat Kor direct naar
de autoshop om een paar stevige spanbanden te kopen, dit zal ons niet
meer gebeuren. Vanaf nu binden we ´s avonds de portieren aan elkaar,
knappe jongen die ze nu nog gemakkelijk open krijgt !
Ook de volgende dag gaat niet zonder slag of stoot,
onze alarm installatie van de motorhome begint een eigen leven te leiden.
De dag voor vertrek is Kor nog naar Temse gereden, waar de dealer een nieuwe
printplaat gemonteerd heeft wegens herhaaldelijk vals alarm. We moesten al eens
eerder de sirene loshalen en konden toen niet meer vertrekken omdat de
startonderbreker in werking trad. Bij ons vertrek werkte alles weer perfect tot
vandaag ! Tijdens het rijden sloeg plotseling de motor af omdat de
startonderbreking in werking trad, dit keer zonder aanwijsbare oorzaak Na veel
gehannes kregen we hem weer aan de praat, maar na een uur weer hetzelfde verhaal.
Dit is levensgevaarlijk als je op de weg zit, maar gelukkig konden we
in beide gevallen aan de kant parkeren. Kor had er genoeg van en heeft
toen met een paar zekeringen de boel overbrugt en de alarminstallatie
losgekoppeld. In Spanje maar eens nazien.
Frankrijk via Nancy, Nevers, Millau en Valras Plage.
We overnachten achtereenvolgens in Nevers (parking van de Intermarche)
en in Millau waar een speciale motorhome parking is voor zwerfauto’s met
alle voorzieningen. In de wintermaanden is het water afgesloten ! Daarna
door naar Beziers en Valras Plage voor een dagje rust op de parking
bij de jachthaven, nou ja rust, de auto ziet aan de achterkant gewoonweg
zwart, poetsen dus !
Het is hier heerlijk weer, de zon schijnt en het is 15 graden. Morgen
verder naar het zuiden.
Spanje, we komen er aan !
Dinsdag 22 januari verlaten we Frankrijk en beginnen aan onze tocht
langs de Spaanse kust. Onze eerste overnachting plaats is Pineta de
Mar. Er zijn geen parkings voor zwerfauto`s maar het is geen probleem.
We rijden richting boulevard en duiken dan een zij straatje in, waar
we voor een paar flat gebouwen parkeren. Nog even een verkennende wandeling
in de omgeving, veel restaurants maar bijna allemaal gesloten of ze
zijn aan het verbouwen. Het lijkt ons zomers wel een gezellig plaatsje,
maar in de winter moet je hier niet zijn.
We worden de volgende morgen vroeg wakker van het langsrijdende verkeer,
het is koud maar de zon schijnt uitbundig als we weer op weg gaan naar
Barcelona. Via de N11 naar Badalona en dan de rondweg op richting Port
en vliegveld, waar we in een lange file terechtkomen. Het kost ons een
dik uur om Barcelona te verlaten. De volgende keer toch maar de tolweg
nemen rond de stad.
De N11 heet hier N 340 en brengt ons via Tarragona naar Borriana, waar een mooie parking
is voor motorhomes. Als je Borriana binnen rijdt, dan de borden Port volgen. Even links
van de haven ligt de parking, aan de boulevard met palmbomen voor de deur. Er staan al
ongeveer 15 auto's uit Frankrijk, Zweden, Duitsland en natuurlijk België.
We horen van landgenoten dat er water is en een loosput voor het toilet.
De nacht verloopt rustig, ondanks de harde wind die in de loop van de
avond is opgestoken. De volgende dag is de wind nog meer toegenomen, zodat
we besluiten om te blijven. We parkeren de auto zo, dat we lekker beschut
buiten kunnen zitten. Lekker bakken in de zon, ook de boodschappen kunnen
in de vlakbij gelegen supermarkt gehaald worden, een plek dus om te onthouden!
Denia, 25 januari.
Op vrijdag vertrekken we weer, nu op weg naar Denia, een afstand van
ongeveer 150 km. maar dat zegt niet zo veel, een file en je bent zo een
paar uur kwijt. Ook nu hebben we weer pech, er wordt aan de weg gewerkt
zodat we op sommige stukken stapvoets moeten rijden, maar tegen 2 uur
arriveren we in Denia. Er zou hier een mogelijkheid zijn waar je 2 x 24
uur zou mogen blijven staan, maar waar?! Na een vraag aan een Engelse
dame komen we op de goede plek terecht, deze ligt links vlak voor je Denia
vanuit het noorden binnen rijdt, aan het strand.
Er staan al een stuk of 6 auto`s en dit zal in de loop van de dag nog wel toenemen.
Het is inmiddels echt warm, 21 graden, zodat we niet meer zo snel zuidwaarts
willen. We krijgen nu tijd om af en toe eens iets gaan te bekijken. Het
weekend blijven we in Denia en bezoeken het “castello” bovenop
de heuvel vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de stad. Ook het
archeologisch museum wordt met een bezoek vereerd wat we best de moeite
waard vinden. Naast onze strandparking ligt aan de weg een echt Spaans
restaurantje waar we ons tegoed gaan doen aan een heerlijke paella en
een lekker flesje Spaanse wijn, mmmmmm, het leven is goed !
Onze Engelse buren zijn aardige lui, ze hebben al veel ervaring
met het zwerfauto bestaan en weten veel plekjes en wij zijn aandachtige
luisteraars ! Ze vertellen dat er in Javea ook een plek is waar je kunt staan,
weliswaar niet direct aan het strand maar toch er vlakbij. We gaan op zoek!
Eenmaal in Javea moet je langs de strandweg rijden naar Platja de´l
Arenal, waar de weg een U bocht maakt, daar in het midden van de U ligt
rechts een groot stuk grasland, waar meestal veel campers staan. Het strand
en de supermarkten liggen aan de overkant van de weg. Het ziet er leuk uit,
van een Duitser hoorden we dat er tot een paar jaar geleden er door de gemeente
zelfs voor drinkwater werd gezorgd door middel van grote tanks die iedere
dag gevuld werden,
Uitzicht over Denia met de campers langs het strand. Castello.
totdat .....er weer een aantal figuren
zijn die met dit drinkwater uitgebreid hun auto gingen wassen en de was doen.
Einde water verzorging ! Zo wordt een prima initiatief weer om zeep geholpen.
Ik denk dat we niet genoeg beseffen dat ";drinkwater"
in de zuidelijke landen iets anders betekend dan bij ons, waar altijd water
uit de kraan stroomt.
Wij vinden het best moeilijk om aan water te komen.
Vele tap punten zijn inmiddels weggehaald of voorzien van een afsluitbare kap.
Wij vullen onze watertanks bij een tankstation, tegelijk met de diesel, maar als
je niet veel rijdt is dit een probleem. De pomphouders vinden het oké als
je brandstof tankt maar anders niet! De auto wassen is geen probleem, in ieder
plaatsje zie je wel een wasstation waar je voor een paar euros kunt wassen en
spoelen, zelfs een glansmiddel zit erbij. Onze was brengen we regelmatig naar
een lavanderia, even zoeken en je vindt er wel een.
El Campello, 29 januari.
De maand loopt al aardig teneinde, alweer 29 januari. Het was koud vannacht,
de laatste 2 dagen was het wat heiig en de wind is fris, zodat we besluiten
om richting Alicante te gaan. Eerst nog een nieuwe binnenband kopen voor
mijn fiets en dan op weg. We pakken de N 332 weer op tot aan El Campello,
waar we de kustweg pakken naar Alicante. Even buiten El Campello zien
we langs de zee een stuk of 6 zwerfauto`s staan, even kijken dus. De brug
over en direct daarna linksaf, een steil weggetje naar beneden. Het lijkt
ons wel wat zodat we een plekje zoeken voor een nachtje. Waar we staan
is ooit een overstroming gebied van een afwatering kanaal geweest, in
ieder geval ligt het mooi aan zee. Als er een noodweer los zou breken,
dan zouden we wel onze biezen pakken! Je weet maar nooit. De stranden
bestaan hier bijna overal uit kiezelstenen, we nemen nog een zonnebad
en gaan dan met onze Bonnie een wandeling langs de boulevard maken. De
zon gaat heel snel onder en dan is het ook direct stikdonker. Morgen willen
we naar het Mar Menor.
Mar Menor, 30 januari.
Tegen half 10 gaan we op weg na een rustige nacht. Het is druk op de
weg, veel wegwerkzaamheden zodat we niet erg opschieten. We rijden door
Alicante en Torreviecha, de laatste keer dat we hier waren is 6 jaar geleden
en we herkennen bijna niets meer, alles is aan elkaar gebouwd en als we
naar de bouwkranen kijken is het eind nog niet in zicht. Tegen de middag
bereiken we San Pedro del Pinatar, waar we richting Platja gaan. Bij de
haven zien we in de verte een lange pier, die vol staat met motorhomes,
even kijken! Er is een plaatsje vrij waar we gaan staan. De boulevard
voor de deur met daarnaast het strand van het Mar Menor, een mooie plek.
Er staan ongeveer 15 zwerfauto`s die alle parkeerplaatsen in beslag nemen.
We vragen ons af hoelang de plaatselijke bevolking dit nog accepteert,
maar zo te zien hebben ze er geen problemen mee. Helaas zijn er weer een
aantal mensen die zich nergens aan storen en hun vuilwater tank zo langs
de boulevard leeg laten lopen. Zoek dan toch een afwatering put! We blijven
hier 2 dagen en ontmoeten zo een Nederlands echtpaar, John en Gerrie die
hier al 5 jaar in de winter maanden rondtoeren. Het klikt en John stelt
voor om een paar dagen samen op te trekken om ons zo wat leuke stekkies
te laten zien, ook weet hij overal waar de watertabs te vinden zijn !.
campersite belgie motorhomes
Aankooptips
Motortrailer kopen van 25000 euro ?
La Marina.
De volgende morgen gaan we gezamenlijk op pad naar El Mojol, waar een
waterkraan is. Er staan op een pleintje aan het strand en stuk of 6
zwerfauto´s. Het lijkt wel een beetje op een zigeunerkamp, overal waslijnen,
tafels en stoelen, sommigen koken zelfs buiten. Wij rijden een paar
kilometer verder naar Torre de la Horradada, waar aan het strand een
kleine parking is naast een afwateringskanaal. Aan de overkant staan
een stuk of 6 grote Duitse motorhomes. John herkent ze en verteld dat
ze hier al 3 weken staan. Net als we van de zon willen gaan genieten
komt de Policia Local die alle nummerplaten noteren en uitleggen dat
iedereen hier overdag mag staan, maar slapen mag niet meer. Ook bij
ons komen ze langs, het zijn aardige lui die het eigenlijk heel vervelend
vinden, maar ze doen wat ze opgedragen is. Zolang er slechts 2 of 3
wagens staan is het oké, maar als er teveel komen moeten ze weg.
Geen probleem voor ons, we begrijpen het wel. In de middag komt er een
leuk oud Spaans mannetje, die John en Gerrie kennen. Hij komt altijd
een handkus brengen had Gerrie verteld, heel charmant! Hij stevent recht
op mij af en ik verwacht een handkus, hij pakt me echter vast en geeft
me een zoen op beide wangen, ik sta helemaal paf! Iedereen schiet in
de lach en ook Gerrie krijgt een pakkerd. Als hij hoort dat we weg moeten
is hij zeer teleurgesteld, maar helaas. Hij nodigt ons uit op de koffie
bij hem thuis, maar dat slaan we vriendelijk af. We willen naar La Marina,
wat een 30 kilometer boven Torreviecha ligt. Er is daar een parking
bij een betonfabriek, je kunt er rustig slapen voor een klein prijsje.
´s Avonds komt de beheerder om 1.80 Euro op te halen. Hij zegt
dat eraan gewerkt wordt om voorzieningen te maken, maar daar is nog
niets van te zien. Op het terrein voor ons is zondag een grote markt
waar we heen willen, morgen is het huwelijk van Maxima en Alexander
en Kor heeft aan Gerrie gevraagd of ze dat wel wil zien, GRAAG !!!!
De volgende morgen richt Kor de satelliet en kunnen de dames, met de
keukenrol tussen hen is, het huwelijk live volgen! Prachtig vinden we
het en er wordt menig traantje gelaten, vooral als de tango gespeeld
wordt. We vieren het huwelijk met een zalige maaltijd van scampi´s
met knoflookbrood, meesterlijk gebakken door John. Onder het eten verteld
hij een indianen verhaal over tijgers, die op het terrein staan en we
denken aan een grap. Na het eten neemt hij ons mee naar het begin van
het terrein en ja hoor, er staat een krakkemikkige circuswagen waarin
notabene 3 tijgers zitten. Het stinkt verschrikkelijk en de beesten
hebben zeer weinig ruimte. Af en toe komt de dompteur eten brengen.
De tijgers hoorden bij een circus dat failliet is gegaan. Hoe is het
mogelijk, de wagen zit vol grote gaten, als ze zich kwaad maken staan
ze zo buiten ! Slapen we hier echt wel veilig?
Tegen de avond loopt de parking vol, allemaal voor de markt van morgen.
Ook de beheerder komt weer langs en we staan vol verbazing te kijken
wat een problemen de betaling geeft. Vaak de grootste wagens weigeren
het betalen van 1.80 Euro, je gelooft je oren niet. Is er eindelijk
iemand die een parking voor motorhomes ter beschikking stelt en dan
moet alles weer voor noppes. Oké, er zijn geen voorzieningen
en die moeten er wel komen, maar voorlopig mag je er staan, buiten zitten
en de was buiten hangen!
Het is de volgende morgen een drukte van belang, de markt is van 10
tot 14.00 uur en is heel gezellig. Het weer is niet zo geweldig en de
jassen moeten er aan te pas komen, maar `smiddags kunnen de korte broeken
weer aan! Wat een zaligheid, we voelen ons als God in Frankrijk. John
en Gerrie kennen heel veel mensen na al die jaren, zodat er altijd wel
iemand komt buurten, heel gezellig. Het valt ons op dat vele camperaars
heen en weer reizen tussen Alicante en Cartagena, wat volgens hun de
warmste streek van Spanje is. Wij geloven dat niet echt en gaan over
een paar dagen toch richting Almeria en verder door naar Portugal. De
praktijk zal het moeten uitwijzen. Bovendien is er hier niet veel te
bezoeken en dat is voor ons toch wel belangrijk. Ook horen we, dat de
binnenlanden heel erg mooi zijn, maar dat dit niet aan te raden is om
alleen te doen. Niet voor overvallen of zoiets, maar gewoon als je pech
krijgt, vaak zit je in de bergen en is hulp in geen velden of wegen
te vinden. We knopen het in onze oren. Zo af en toe gebeurt er toch
wel eens iets naars, we spreken een Nederlands echtpaar, waarvan alle
creditcards zijn gestolen en zelfs een nieuwe trui is meegenomen. De
schade is enorm als ze er achter komen. John heeft ons op het hart gedrukt
om alles op het lijf te dragen als we de auto verlaten, paspoort, geld
en betaalkaarten. Geen overbodige maatregel blijkt maar weer.
We gaan de volgende morgen naar “de kuil” van La Marina,
het blijkt een parking te zijn die direct achter het strand ligt en
beschut wordt door een rand duinen. Er staat hier helemaal geen wind
en in de middag is het net een oventje waar we inzitten, de temperatuur
loopt op naar de zomerse waarden van 26 graden! Een wandeling langs
het eindeloze strand brengt in de middag wat afkoeling. Aan het eind
van de middag rijdt John ons langs alle water tabs en eventuele overnachtings
plaatsen. Tegen 6 uur staan we weer op de betaalde parking, waar we
gezamenlijk een afscheids borrel drinken. Morgen scheiden onze wegen
zich weer. Onze reis gaat verder zuidwaarts, ook John en Gerrie willen
die kant op maar blijven nog een paar dagen want hun hond Tarzan is
ziek en moet misschien naar een dierenarts als zijn toestand niet verbeterd.
Hopelijk wordt ie snel beter, het is een schat van een hond.
Isla Plana, 5 februari.
We zijn al vroeg op en kunnen voor we weggaan nog even vragen hoe het
met Tarzan gaat, die drinkt weer en dat is een goed teken. We zwaaien
ze uit en ook wij maken ons startklaar, richting Los Nietos aan het
Mar Menor. Het is al vele jaren geleden dat we hier geweest zijn, maar
veel is er niet veranderd in het dorp. We parkeren bij het station,
waar genoeg ruimte is, maar als we ons goed herinneren is er hier altijd
op woensdag markt, oppassen dus. We lopen naar de jachthaven en zien
hier nog een paar bekende schepen, helaas niemand aan boord. Jammer,
we rijden verder naar La Manga waar we vaak gingen eten. Het restaurantje
van “toen” zit er nog met nog steeds dezelfde eigenaar.
We strijken neer op het terras en laten ons het eten en de wijn goed smaken.
Tegen 3 uur rijden we naar Cabo de Palos op zoek naar een overnachting
plaats, die we vinden aan de jachthaven voor het politiebureau! Er komt
al gauw een Engelsman vragen of dit mag, tja, dat zullen we gauw genoeg
weten, nietwaar? Als na de siësta de politiepost bemand wordt,
is er geen reactie, we mogen hier staan en veiliger kan het niet. Het
waait de hele dag al en in de nacht gaat het echt flink tekeer, een
grote vuilcontainer gaat aan de zwier, maar richt geen schade aan. Als
we wakker worden schijnt de zon weer uitbundig, helaas blijft de wind
flink doorstaan. We willen richting Mojacar en gaan op pad. Bij Cartagena
nemen we de E20, een klein weggetje door de bergen wat een prachtige
rit met veel natuurschoon oplevert. Er zitten een paar spectaculaire
uitzichtpunten bij. Weer bij de kust aangekomen zien we een aantal zwerfauto's
bij het strand van Isla Plana staan. Er is een grote parking aan zee,
waar wel 50 wagens kunnen staan. Voorlopig mag men hier staan volgens
een landgenoot. We zien het hier wel zitten en zoeken een plekje zoveel
mogelijk uit de wind en in de zon, zo is het best uit te houden. Er
ligt een eilandje voor de kust waar veel vogels op wonen. Het plaatsje
zelf heeft niet veel te bieden, een klein tabak winkeltje, die ook wat
brood en levensmiddelen verkoopt en een restaurantje. ´s Avonds
komen er nog flink wat motorhomes bij, we schatten het aantal op 25.
Aguilas, 7 februari.
Na nog wat boodschapjes te hebben gedaan en een paar jerrycans water
in de tank te hebben gegooid, zijn we weer startklaar op deze zevende
februari. Nu richting Mojacar! Via de N332 gaan we richting Puerto de
Mazzarron en vervolgen de weg naar Aguilas. We willen onderweg de afslag
D14 nemen, maar daar zien we vanaf. Onze weg was al niet breed en bovendien
erg mooi, zodat we gewoon onze weg vervolgen, het Nationale Park houden
we voor de volgende keer. Als we Aguilas binnen rijden hangen er overal
grote spandoeken en reclame borden met de aankondiging, dat er komend
weekend een grote carnavals optocht is. Even buiten de stad vinden we
een stuk strand waar al een paar motorhomes staan. Bijna allemaal zijn
ze hier voor de grote parade van zondag, dat willen wij dus ook wel
eens mee beleven en zoeken een plekje achter een in aanbouw zijnde flat
en staan zo redelijk dicht bij de boulevard. Met de fietsjes zijn we
in 10 minuten in het centrum. We halen een programma bij de tourist
office en zien dat er ´s avonds kinder carnaval is. Als we gaan
kijken is het een drukte van belang, al die kleintjes in prachtige kostuums,
de een nog mooier dan de ander, zelfs een groep danseresjes a la Brazilië
met glitters en veren die swingen als echte samba dansers. Er is op
het Plaza de Espanja een hoop te doen, allerlei kraampjes, muziek en
alles prachtig verlicht. Leuk om te zien.
We besteden nog een dag aan winkelen en zonnen, het is hier zalig warm
nu we "de hoek" omzijn. De nachten zijn fris, maar dat is
prettig. We krijgen een telefoontje van vrienden die ook naar Aguilas
zijn gekomen voor het carnaval.
We vertellen waar we staan en een half
uurtje later is er een hartelijk weerzien. We vertrekken aan het eind
van de middag naar het centrum, waar de grote parade om 17.00 uur zou
beginnen. We zoeken een mooi plekje langs de route en moeten vervolgens
tot 18.00 uur wachten tot het spektakel begint, maar dan is het ook
feest. Met veel dans en muziek komt het spul op gang, dansers en danseressen
in de meest prachtige kostuums vullen de straten. Het is een golvende
beweging van kleuren, veren en muziek! We wanen ons in Brazilië!
Ook de allerkleinsten swingen mee op de klanken van samba en rumba,
het publiek klapt en deint mee en ook wij kunnen bij deze muziek niet
stil blijven staan. Het gaat maar door, op een gegeven moment stopt
de stoet even voor ons en Kor wordt door een Spaanse schone uit het
publiek geplukt en moet meedansen ! Grote hilariteit onder de meest Spaanse
toeschouwers, maar hij doet het leuk.Onze Spaanse buren geven aanwijzingen
wie en wat we moeten filmen, kennelijk veel familie die meedoen. Tegen
22.30 uur is de parade voorbij en gaan we, enigszins doof, op zoek naar
een cafeetje voor iets eetbaars, zodat we pas tegen middernacht weer
bij ons huisje aankomen. Blij dat we gebleven zijn !
Mojacar, 11 februari. ( 8 op plan )
Na wat boodschappen te hebben gedaan en de auto volgetankt te hebben
met brandstof en water gaan we op weg naar Mojacar. De route loopt langs
de kust en is erg mooi. Als we Mojacar bereiken, is het er erg druk.
We besluiten nog even door te rijden richting Carbonaras. Even buiten
Mojacar zien we in een bocht van de weg een mooie plek om te staan.
De parking ligt aan zee, vlakbij een piepklein haventje zodat de keuze
gauw gemaakt is. José heeft ons al een paar dagen lekker eten beloofd
met zelfgebakken frietjes en zal nu eindelijk die belofte waar maken.
De elektrische frituurpan wordt opgesteld en hun aggregaat aangezet.
Er gebeurt echter niets, blijkt het aggregaat 1000 W. te zijn en de
frituur pan 1500W. Tja, dan kun je lang wachten ! Ik maak maar gauw een
lekkere pan Chili con carde, die er ook goed ingaat. We blijven José
wel plagen, dat de frietjes zo lekker gesmaakt hebben. Je kunt hier
prachtige wandelingen maken, over de rotsen loopt een pad wat helemaal
naar de andere kant loopt, goede schoenen en geen hoogtevrees is wel
een vereiste !
´s Avonds verkassen we naar een nabij gelegen plek waar een
stuk of 10 zwerfauto's staan. Er staat een torentje bij, wat niet
veel voorstelt, maar volgens de Spaanse uitleg is het een monument.
De volgende morgen worden we ruw uit ons bed gehaald met een paar bonken
op onze deur. Als ik slaapdronken de deur open doe staat daar de Policia
aan de deur “Passaporte”!
Alle papieren moeten worden nagezien en we krijgen de mededeling, dat
er hier bij “het monument” niet overnacht mag worden. Iedereen
probeert zo snel mogelijk weg te komen zonder controle, want eenmaal
opgeschreven, dan kan je er niet meer komen zonder het risico van een
boete. Ons maakt het niet uit, er zijn plekjes genoeg. Als we op onze
dagplaats waren gebleven, dan waren we niet weggestuurd.
Na het ontbijt gaan we op pad, de route gaat door een prachtig natuurgebied.
Als we de N344 kruisen, pikken we deze op en rijden via Almeria naar
Roquetes de Mar. We parkeren bij de jachthaven om nu eindelijk die heerlijke
frietjes te eten ! De gewone pan komt eraan te pas en José weet
er zelfs nog kroketten en frikadellen bij te toveren. Als we uitgesmikkeld
zijn rijden we langs de boulevard, waar we de auto aan de wegkant parkeren.
De stoelen gepakt en lekker naar het strand, dat we alleen voor ons
hebben. Tegen de avond maken we een wandeling en vinden zo een prachtige
parking achter het Hotel Zoriara, compleet met watertap. We halen in
het donker de auto´s op en hebben een zeer rustige nacht. Als
we de volgende morgen wakker worden zit het potdicht van de mist, rustig aan dus.
Motril.
Nico stelt voor naar Motril te gaan waar hij een mooie parking weet,
zo gezegd zo gedaan. Via de N340 rijden we langs de Costa Plasika naar
Motril waar inderdaad een mooie parking is. Deze ligt richting Port,
bij de haven rechts af tot het einde van de boulevard. Je kunt hier
het strand oprijden en er zijn verschillende watertabs. Tegen 5 uur
zien we iedereen opstappen en op de parking voor auto´s gaan staan.
Er staat hier een verbodsbord voor campers, maar de politie vindt het
geen probleem zolang als de hotels gesloten zijn. Het strand houden
ze liever vrij van motorhomes, vrij uitzicht ivm. eventuele landingen
van illegalen!
In de zomermaanden kan men hier dus NIET terecht. Tijdens een spelletje
triomino overleggen we wat te doen en besluiten dat, als het weer zo
mistig is gaan we door naar Nerja, als de zon schijnt blijven we lekker
hier. Het is zalig om zo te reizen, niets moet, alles mag.
Donderdag 14 februari, Nerga.
We worden wakker met ...mist! Zodra we klaar
zijn met het ontbijt gaan we gezamenlijk op weg, nu rijdt Nico eens
voor, die is hier beter bekend dan wij. Het is maar een kilometer of
40 rijden, zodat we al om 11 uur in Nerga aankomen. De parking die Nico
in gedachten had, is vol, bovendien pasten wij er met onze 7 mtr. niet
in. De parkeerwachter ziet ons probleem en helpt ons. Hij heeft vlakbij
een stukje privé grond waar we mogen staan tegen een kleine vergoeding
van 1 euro per dag. De plek is prima, vlakbij de boulevard en de weg
naar het centrum van Nerga. Het is een enig stadje en het strand is
erg mooi en wordt al druk gebruikt door de toeristen. We hebben honger
en ploffen neer op een strandterras waar de kok net een grote pan paella
aan het klaarmaken is, mmmm.
Voor het terras staat een schutting op het strand waarachter een jonge
Zweedse vrouw een massage salon heeft. Men kan zich voor de somma van
34 Euro een uur lang laten verwennen. Niet gek!
Ik heb inmiddels last van een vervelende hoest, die maar niet over
wil ondanks zuigtabletjes en hoestdrank, moet kennelijk slijten. José
weet hier een lavanderia, zodat we de volgende morgen alle vier de klim
naar boven maken, gewapend met een grote tas wasgoed. Om 13.00 uur kunnen
we het spul ophalen. Wij gaan ondertussen Nerja onveilig maken.
Na een voor mij “slechte” nacht, met flink wat koorts, voel ik
me nu weer redelijk. We willen hier een paar dagen blijven want er is
zondag een rommelmarkt, die we willen bezoeken. Het weer is een beetje
van slag, veel wind en voor het eerst geen zon! Overal om ons heen is
er regen, maar zo erg is het hier niet, wel moet de jas aan, wat even
wennen is. Ik duik ´smiddags met een paar aspirines onder de wol
en dat helpt.
Gewapend met plu bezoeken we de volgende dag de rommelmarkt, er staat
van alles, oud en nieuw, mooi en kitsch. Ook wij vinden nog iets van
onze gading, gelukkig niet te veel gewicht. Er vallen een paar spetters
en het is koud, zodat we al snel een warm café opzoeken voor
een kop koffie. José en Nico weten in Fuengirola een mooi plekje
aan de boulevard, waar in de winter maanden campers mogen staan, daar
gaan we morgen naar toe en hopen op beter weer.
Fuengirola met Margot Kuilenberg
Ik snak naar een warme dag en voel me belabberd, er zit geen vooruitgang
in en ik heb het idee dat het alleen maar erger wordt. In Fuengirola
maar naar de apotheek voor iets sterkers. Inderdaad heeft het plaatsje
een mooie boulevard waar al de nodige zwerfauto´s staan, we verbazen
ons dat dit mag want het is er best druk. Het weer is niet om over naar
huis te schrijven, af en toe een bui en een frisse wind. We worden de
volgende dag uitgenodigd door José en Nico want ze zijn a.s.
vrijdag “40 jaar” getrouwd en we weten niet of we dan ook
in zo´n gezellig plaatsje zitten als nu, vandaar. Het is een zalig
diner, alles in buffet vorm zodat iedereen kan nemen wat hij lekker
vindt. Vooral de desserts krijgen bij mij een ruime plaats toebedeeld !
Ronda vanaf de oude brug. Uitzicht vanaf stadspark. Mimosa in bloei.
Reisverhalen Spanje Ronda, 21 februari.
Ik heb in een reisgids gelezen dat Ronda zeer de moeite waard is om
te bezoeken, dus pakken we de A376, een schitterende route dwars door
een prachtig natuurgebied. Jammer dat we er al zo snel zijn. Bij Ronda
was het even zoeken want iedereen had ons afgeraden het stadje in te
rijden vanwege de zeer smalle straatjes. Een bus chauffeur wijst ons
de weg, om de stadswallen heen en dan door de hoofdstraat, die breed
genoeg is, alsmaar rechtdoor. Je komt dan aan de andere kant van Ronda
uit, waar je direct over een brug aan de linkerkant een grote parking
vindt waar ook bussen parkeren. Er is een speeltuin en parkje voor,
waar ´s avonds wat jongelui rondhangen, maar die veroorzaken geen
overlast. Als we geparkeerd hebben, wil ik eerst naar de tourist office
om te vragen waar een arts te vinden is, want het gaat niet goed met
me. Ik moet vechten voor lucht en mijn stem is volledig weg, wel lekker
rustig volgens mijn omgeving! We worden doorverwezen naar een Medical
helpcenter waar ik me moet melden bij de afdeling Urgenzia, daar is
altijd een arts aanwezig. We zijn er al gauw en er wordt een Engels
sprekende arts opgetrommeld. Hij onderzoekt me grondig, zelfs een hartcardiogram
wordt gemaakt. Na een half uurtje is de diagnose gesteld, ik heb kroep!
Hij schrijft me een antibiotica kuur voor en een middel om mijn bronchiën
weer open te krijgen. Verder paracetamol voor de koorts. Als we willen
betalen wordt dit vriendelijk weg gewuifd, no no, it is oké.
Hij blijkt een paardenmiddel te hebben voorgeschreven, maar het helpt.
Hoewel ik me na een paar dagen afvraag wat erger is, stikken door te
weinig lucht of stikken door het loslaten van slijm. Volgens Kor klink
ik als een Turkse waterpijp.
Ronda zelf is een prachtig plaatsje, heel oud en gebouwd op steile
rotsen wat spectaculaire uitzichten oplevert. Er zijn veel oude smalle
straatjes met heel veel winkeltjes en de bussen met toeristen rijden
af en aan. We komen hier zeker nog eens terug als ik in betere doen ben.
El Rocio. Reisverhalen Margot Kuilenberg
We vertrekken naar El Rocio, een paarden dorp, waar in het weekend
iets te doen zou zijn, een soort bedevaart of iets dergelijks, we zullen
wel zien. Via de A 376 gaan we richting Sevilla, we missen de afslag
en gaan dwars door de stad. Sevilla willen we op de terugreis gaan bekijken.
Bij Bollullos de la M. gaan we van de weg omdat we een bodega willen
zoeken. Die vinden we hier en met een jerrycan heerlijke Muskatel wijn
gaan we weer verder. Als we Villamanrique de la Condessa bereiken zien
we even buiten het dorpje een mooie parking. Het lijkt op een nieuw
aangelegd industrie terreintje, met nog geen bebouwing. Heerlijk rustig,
een ossenwagen wordt opgeladen op een naburig stukje land en een familie
ooievaars vliegt af en aan naar hun nest. De zon is inmiddels terug
en we genieten nog een paar uur uit de wind naast de wagen.
Helaas is José nu in de lappenmand, ik hoop maar dat kroep niet besmettelijk
is, want dan is de ramp niet te overzien…….. Gelukkig heeft
ze een hele voorraad medicijnen voor noodgevallen als deze bij zich.
We slapen hier als roosjes, zo midden in de natuur en staan uitgerust
op. Vandaag gaan we naar het 22 km. verder gelegen El Rocio. Pas in
de middag is José zo ver opgeknapt dat we kunnen vertrekken.
We rijden ook nu weer door een natuurgebied en zijn al veel te snel
in het plaatsje. Kor en Nico gaan even op verkenning uit, ze vinden
een grote parking bij een vijver waar al verschillende motorhomes staan.
De wegen in El Rocio bestaan uit zand in de ruimste zin, rul zand, hard
zand en iets er tussenin. Op sommige plaatsen moet je echt door blijven
rijden anders loop je kans om in het zand vast te geraken. Ik zie al
een aantal paarden met wagens rijden en verschillende ruiters. Het past
goed in deze omgeving waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Tegen
half 4 komt de parkeerwachter geld ophalen, maar we mogen niet blijven
staan. Dan maar een ander plekje gezocht, dit vinden we in een rustig
straatje waar een klein groen veldje ligt. De politie komt langs maar
zegt niets. We “parkeren” ook alleen maar. Even later komt
er een Nederlands echtpaar aan, die zien dit plekje ook wel zitten.
Ze staan nog maar nauwelijks of de grote was komt naar buiten, ligbedden
en tafel er achteraan en met een hé hé, zakken ze onderuit.
We zijn er niet blij mee! Na een uurtje komt de policia weer langs,
we moeten weg, ga maar naar de camping. We balen als een stekker, José
wil maar een ding en dat is zo snel mogelijk naar Portugal, waar ze
vrienden heeft wonen die met haar naar een dokter kunnen gaan. Kor voelt
zich in het dorp ook niet echt op zijn gemak, er heerst een sfeer van,
wat komen jullie hier doen, we willen jullie hier helemaal niet. We
besluiten te vertrekken, als we het dorpje uit willen rijden is de weg
geblokkeerd door een auto en 4 ruiters. Ze staan uitdagend te praten
en kijken naar onze reactie. Als die niet komt, we blijven vriendelijk
lachen, gaan ze even opzij om ons door te laten maar, maar Nico, die
vlak achter ons rijdt wordt gewoon genegeerd, ze blijven midden op de
weg staan. Het lijkt echt op pesten, ook Nico reageert niet zodat ze
na een poosje maar een gaatje vrij maken. Later horen we van een Duitser,
die hier verleden jaar was, dat ze in de nacht met stenen waren bekogeld
door jongelui. Jammer maar helaas. Ik had me hier echt op verheugd,
volgende keer maar eens op een zaterdag of zondag langs gaan en dan
buiten het dorpje parkeren. Wij pakken de grote weg naar Portugal waar
we direct door rijden naar Manta Rota, tegen 20.00 uur arriveren we
op de parking.
Portugal, Manta Rota.
Wat een zalige rust heerst hier, de parking ligt aan het strand net
achter de duinen. Het strand bestaat uit wit zand en je kunt er kilometers
lopen in beide richtingen zonder ook maar ergens een omweg te moeten
maken. Nico heeft hun vrienden gebeld die met José naar een kliniek
gaan. Wij gaan met onze fietsjes het dorpje verkennen. Veel is er niet,
2 supermarktjes, een paar cafeetjes en een kapper. Wel heel veel mooie
appartementen waar al heel veel Nederlanders in bivakkeren .
Tegen de middag komt José terug, diagnose lichte longontsteking,
beladen met dozen medicijnen en de opdracht 3 dagen binnen te blijven
duikt ze haar bed in. Ze heeft gelukkig geen koorts, maar wel veel pijn.
Het weer is hier de afgelopen 3 maanden prachtig geweest als ik de overwinteraars
moet geloven.
De volgende morgen maken we een wandeling langs het strand naar Aytura,
waar we heerlijk gegeten hebben en toen weer terug, lekker met je voeten
in het water en de zon op je bol, mens wat doet dit goed. Als we tegen
3 uur weer terug zijn zit José al weer rechtop in bed en kan
weer lachen. De medicijnen slaan goed aan en ze heeft het al weer over
opstaan. Rustig aan, meisje! Morgen wil ik de plaatselijke kapper eens
met een bezoek vereren. (ze is een Nederlandse) dus geen risico met
een taal probleem. Zo langzamerhand willen wij onze eigen weg weer vervolgen
om zelf nieuwe dorpjes en stadjes te ontdekken. We denken er over om
dinsdag weer op eigen benen verder te gaan. De kapper is een succes,
José is weer uit bed en de zon schijnt nog steeds uitbundig.
We zeggen onze maatjes gedag en wensen elkaar nog een paar hele fijne
weken, dan is het tijd om op te stappen.
Quarteira.
We pakken de N 125 en rijden met een lekker tempo naar Quarteira,
waar we onze was willen laten doen. De parking die we in gedachten hadden,
helemaal aan het begin van de boulevard, is zojuist door de policia
bezocht met de mededeling dat iedereen om 3 uur moet vertrekken. Er
zijn een paar appartementen bewoond en er hoeft er maar 1 te klagen.
Jammer, want er was plaats genoeg. We brengen onze was weg en zoeken
een plaatsje achter de boulevard, het is geen probleem om iets te vinden,
alleen kun je nu niet direct aan het strand staan. We pakken onze stoelen
en lopen 15 meter. Ook het staan op de heuvel en in het bos is voorbij,
overal hekwerken en in het bos staat niet een camper. Tja, de camping
heeft nu speciale plaatsen voor motorhomes aangelegd en die moeten ook
vol!
De volgende dag is het woensdag en is er zigeunermarkt. Een gezellige
bedoening met ook hier weer veel Nederlanders en Engelsen met af en
toe een verdwaalde Duitser. Onze foto`s zijn inmiddels afgedrukt en
zien er aardig uit, alleen foto van de tijgers is mislukt, te ver weg
genomen, maar dichterbij durfden we niet, stel je voor dat ze je als
lunch hapje zien.
Olhao.
Maandag moeten we oom 10 uur in Boliqueme zijn voor een servicebeurt
van onze auto. Het is nu pas donderdag, zodat we besluiten naar Olhao
te gaan. Eerst even de watertank vullen, dit kan bij de vissershaven,
op een hoekje naar het parkeerterrein staat een kraan, het is maar een
weet. Wij zijn weer klaar voor vertrek, het is maar een kort tripje,
afstanden zijn in de Algarve heel betrekkelijk, zodat we tegen koffietijd
al in Faro zijn. We vinden het leuk om hier even te stoppen, de parking
achter het oude stadscentrum voldoet prima. Het is een leuke onderbreking,
vorig jaar hadden we geen tijd voor musea, zodat we nu naar het Museum
Municipal gaan, dat gevestigd is in een mooi oud gebouw. Binnen staat
een kleine verzameling potten en schalen en op de bovenverdieping vind
je Portugese schilderskunst. Na het museum tijd voor koffie.
Er moet ook nog een Maritiem museum zijn, dat vinden we inderdaad in het havengebouw,
maar het is pas om 14.30 uur open, tja, dit moet wachten tot de volgende keer.
Na de lunch vertrekken we naar Olhao, een 8 kilometer voorbij
Faro. Het is een typisch plaatsje, een lange boulevard met prachtige
banken die betegeld zijn met azuleos waarop de geschiedenis van Olhao
staat afgebeeld, verder twee grote overdekte markthallen en als je hier
de weg oversteekt kom je in het oude stadje met veel smalle, met keitjes
geplaveide straatjes. Het ziet er wat vervallen uit, maar straalt toch
een bepaalde charme uit. De mensen zijn over het algemeen aardig en
zijn zo te zien heel tevreden met hun leven. We hebben onze wagen geparkeerd
in een straat naast het politie bureau, aan de haven is ook plaats genoeg maar de weg
is nogal druk. We slenteren zo lekker door het plaatsje, dat grote is dan we
aanvankelijk dachten.
De volgende morgen kijken we onze ogen uit, het verval van het water
is zeker een meter of 5 en we zien nu duidelijk dat dit een lagune gebied
is, net het wad in friesland. Er heerst een enorme drukte bij de vissers
die af en aan sjouwen met kistjes vis, die naar de markthal worden gebracht.
We bekijken het gedoe vanaf een terrasje in de zon. We vinden het weer
tijd om verder te gaan, ons gas is bijna op en ook de diesel moet worden
aangevuld.
Monte Gordo.
Kor meende op de heenreis een LPG station gezien te hebben bij Tavira,
dus gaan we die kant op. Helaas voor ons kunnen we hem niet meer vinden
en rijden we uiteindelijk naar Vila Real de St. Antonio, waar onze gasflessen
weer helemaal gevuld worden. Het vulstation ligt aan de weg van Monte
Gordo naar Vila Real, aan de linkerkant van de weg, achter een auto
wasplaats. Nu we toch vlakbij Monte Gordo zitten gaan we daar een kijkje
nemen. Het blijkt een gezellig plaatsje te zijn, wel toeristisch maar
dat vinden we niet erg. Het weer is van slag af, de afgelopen nacht
veel regen en ook nu weer af en toe een bui, prima weer dus om een stadje
te verkennen.We spreken een stel Nederlanders die aan de boulevard staan,
ook hier weer indianen verhalen over inbraken, stenen gooien en overvallen.
Ze vertellen dat motorhomes in Manta Rota een week geleden door stenen
gooiende jongeren was belaagd. We vragen wanneer dit dan was, niets
aan de hand dus, want wij stonden toen daar. Het is een heerlijke plek
om te staan waar we graag nog eens terug gaan. Het gevaar is dat iemand
iets verteld en dit gaat dan een eigen leven leiden. Soms blijkt het
jaren geleden te zijn gebeurt. In Monte Gordo staan we op een pleintje
voor een appartementen gebouw midden in het centrum. Als we ´s
middags aan de thee zitten horen we ineens gerommel op het dak en ziet
Kor een jochie door ons dakluik naar binnen loeren, Kor is woedend en
schiet naar buiten. Het joch is geschrokken want hij had niet door dat
we aanwezig waren, Kor brult dat ie eraf moet komen en dat doet hij,
waarop Kor hem aan zijn kleding van de ladder plukt en hem een flinke
tik voor z´n billen geeft, dit onder luid applaus van een stel
vakantiegangers die op de bus stonden te wachten. Het blijken 2 zigeuner
kinderen te zijn, blote voeten, slecht gekleed en vuil. Het joch fluit
en er komen gelijk 2 honden op Kor af, met een kssst……..
vuurt hij de honden aan om Kor te bijten, maar als hij onze Bonnie buiten
laat, die begrijpt precies wat ze moet doen, nemen ze met de staart
tussen de benen het hazenpad. De knulletjes gaan weg, niet na eerst
een van hun honden bij de poten te pakken en deze hardhandig te jonassen.
Een eind verder staat een zigeunervrouw alles te observeren. Na dit
incident verkassen we wel naar de zwerfauto parking, want Kor vertrouwt
het niet, voor hetzelfde geld komt vanavond “de familie”
even verhaal halen en een gewaarschuwd mens telt voor 2 nietwaar? We
brengen verder een gezellig weekend door in Monte Gordo, na een tip
van een Nederlander, vinden we een zalig Portugees eethuisje, mmmm.....
Vilamoura.
Zondagmiddag vertrekken we naar Boliquem voor de afspraak met de garage.
Na enig zoeken vinden we hem en parkeren voor de deur. ´s Nachts
krijgen we noodweer over ons heen, onweer, zware windstoten, hagel en
regen. De stroom valt uit en het is stikdonker buiten, afscheid van
de winter?
Vanaf nu kan het alleen maar beter worden en inderdaad, als we wakker
worden schijnt de zon. De service beurt is gauw gedaan en tegen 11 uur
gaan we naar Vilamoura, waar we mijn zus met een bezoekje gaan vereren.
Als we aankomen zitten zij en haar vrienden in de put, het appartement
is afschuwelijk, maar na veel overleg mag ze verhuizen naar een ander
appartement, dat er veel beter uit ziet, gelukkig kunnen ze weer lachen,
je zal er maar 5 weken moeten zitten, nee dan liever een zwerfauto,
lekker je eigen spullen en vooral je eigen bed bij je! Wij staan voor
het complex op de parking en brengen zo een paar gezellige dagen met
ze door.
Albufeira.
Uitzicht vanaf de parking
Albufeira. Rechts Strand van Albufeira.
Donderdag vertrekken we weer, nu richting Albufeira, om weer een nieuw
plaatsje aan de lijst toe te voegen. In Albufeira gaan we richting Oura
waar we de wagen neerzetten om op onderzoek uit te gaan. Al gauw zien
we de weg naar de parking, richting Mac Donald, dan de secondaire weg
nemen en via een smal straatje links kom je op een rotonde uit, rondrijden
en weer omhoog, aan de linkerkant vind je de parking, het is een oud
voetbalveld waar nu veel motorhomes staan. Als je geluk hebt, kun je
aan de rand staan met in de avond prachtig uitzicht over Albufeira en
de zee. Alles ligt op loopafstand, wel veel klimmen, maar dat is het
waard. Het plaatsje zelf is toeristisch maar wel heel gezellig, smalle
straatjes, veel restaurantjes en mooie stranden die allemaal beschut
liggen tenzij de wind van zee komt. We staan hier met gemiddeld 7 campers
en onderling wordt er gezellig gebabbeld. We blijven hier een aantal
dagen die we vullen met wandelen, zowel in het stadje als op het strand,
heerlijk. Wat wel jammer is, ook in Spanje was dit het geval, dat alle
mooie dingen die je kan bezichtigen meestal in het binnenland liggen
en daar was het ronduit koud! Je moet dus een echte zonneklopper zijn
om continu aan de kust te verblijven. Nu vinden we dat niet erg, maar
we wisselen toch graag af met iets te bezichtigen. Het enige minpuntje
van overwinteren in deze contreien.
Paderme.
Maandag besluiten we om Albifeira te verlaten, het toilet is vol en
ook het water moet weer aangevuld worden. Onze buurman legt met een
tekening uit hoe we naar Fonte de Paderme kunnen rijden en dat blijkt
heel handig! Zonder problemen vinden we de bron, die nog niet zo lang
geleden geheel gerenoveerd is. Er is een complete wasplaats bij, zo´n
ouderwetse met wasborden! Enig om zo eens een klein wasje te doen, maar
ik moet er niet aan denken zo de hele was te moeten doen. Toch zien
we tijdens ons verblijf hier 2 jonge gezinnen, die hier echt alles komen
wassen en de mannen zitten intussen op hun…… een sigaretje
te roken, een handje meehelpen met het zware werk? Vergeet het maar!
Wij houden de wasserette maar in ere. Ook de auto krijgt een wasbeurt
en de watertank wordt weer gevuld, lekker als je stromend water bij de hand hebt.
Ouderwetse wasplaats en het Castello te Paderme, een hele klim !
De omgeving van de bron is erg mooi om te wandelen en aangezien het nog steeds geen strandweer
is, besluiten we om hier een paar dagen de omgeving te verkennen. In de nacht komt het water weer
met bakken omlaag, maar als we tegen 10uur de koffie op hebben komt de zon tevoorschijn en
trekken we onze wandelschoenen aan. Vlakbij de bron begint een route naar een Castello !
Het blijkt een oude ruïne te zijn maar de route is mooi, hoewel het een beetje modderig is.
Hierna lopen we richting Cerna Varne en dan zo weer naar Paderme, waar we het kerkje en kerkhof
bekijken. Eenmaal weer terug ziet Bonnie er niet uit, onder de modder, die laten we eerst maar
even opdrogen zodat ze geborsteld kan worden. We zetten haar vast, maar dat is geen succes, er
komen direct 2 honden op haar af en dat vindt ze niet prettig als ze vast zit. Kor vraagt
vriendelijk aan de eigenaar of hij zijn honden bij zich wil houden, maar die blaast hoog van de
toren. We negeren hem verder maar. De weersverwachting is nog steeds slecht, er komt nog meer
regen, maar zolang die ´s nachts valt is het geen probleem. Morgen maar weer eens verder
naar...
Vilamoura, 13 maart.
Het is vannacht echt beestenweer geweest, hagel, windstoten en heel
veel regen. We wilden naar de kust, maar daar is met dit weer geen lol
aan. We pakken de weg naar Silves waar we misschien een museum kunnen
bezoeken. De parking aan het water is een grote modderpoel, jakkes!
Na verschillende mensen te hebben gevraagd waar het kurkmuseum is, kan
niemand ons vertellen waar we moeten zijn, ook het tourist office is
tot eind maart gesloten, het kasteel hebben we bij een vorig bezoek
al bezichtigd, dus maar gauw terug naar ons rijdend huisje, net op tijd
want er komt weer een pak water naar beneden. De rivier naast de parking
zie je bijna stijgen, hier blijven we dus niet. De motor wordt gestart
en we gaan richting Vilamoura om mijn zus even op te zoeken, die zullen
ook wel balen van het weer, ook de was moet naar de wasserij en dat
kan mooi in Quarteira.
Als we aan de thee zitten, gaat onze GSM, het is onze buurvrouw met
de mededeling dat onze kelder water maakt vanwege de hoge grondwaterstand.
Al met al niet zo erg, maar de vriezer is daardoor uitgevallen en alles
is ontdooid ! Ik krijg direct visioenen van visjes en karbonaadjes die
zelfstandig de trap op klimmen en door het huis gaan marcheren en Kor
denkt aan zijn apparatuur, die op de grond stond. Na overleg besluiten
we om zo snel mogelijk naar huis te gaan.
De volgende middag, als de was is opgehaald vertrekken we uit Portugal
om via Sevilla, Cordoba en Madrid naar Frankrijk te rijden, alles met
heel veel regen.
In Spanje zien we op een dag 4 auto´s ondersteboven in de berm
liggen en daar wordt je niet echt vrolijk van! Toch verloopt onze reis
zeer voorspoedig, ondanks dat we bijna alles via de nationaal wegen
hebben gereden, alleen noord Spanje en een stukje bij Parijs was peage.
Zondagmiddag zijn we weer op onze thuisbasis. Onze gezamenlijke buren
hebben de kelder leeggepompt (15cm. water ) en gekuist, de vriezer is
al leeggehaald en al Kor zijn boormachines liggen te drogen op de verwarming,
wat een schatten !
Al met al een vreemd einde van onze eerste overwintering met onze zwerfauto.
Terugblikkend kunnen we zeggen dat we het zeer geslaagd hebben gevonden,
we hadden graag nog een paar weken rondgetoerd, want het is nat en koud in België,
maar volgende keer beter zullen we maar zeggen.!