|
|
![]() |
Venetië reisverhaal met Filip en Ria |
![]() |
VENETIË de Dogenstad - theoretisch door Filip Ria en Nathalie Rots 2005Geschiedenis van VenetieVenetië was eens de boeiendste handelsstad ter wereld: deze huidige hoofdstad van de landstreek Veneto en zetel van een patriarchaartsbisschop ligt in een hoek van de Adriatische Zee, 4 km van het vasteland verwijderd (brugverbinding) in de Laguna Veneta, een 40 km lange en bijna 15 km brede Waddenzee, door landtongen (lido) gescheiden van de Adriatische Zee. Met haar pracht aan kerken en paleizen, weerspiegeld in het water, is Venetië uniek in haar soort. - Verschillende reddingsacties worden ondernomen ter behoud van deze met ondergang bedreigde stad.Ligt op 120 eilanden tussen 150 kanalen die door
400 bruggen over spannen worden. De talloze kunstschatten en de aparte
levenswijze maken van Venetië een unieke stad. Kunstgeschiedenis :De nauwe banden van Venetië met Byzantium waren van invloed op de ontwikkeling van de Venetiaanse kunstuitingen. Byzantijns is de stijl van de San Marco en de oudste mozaïeken in deze kerk.
De pas in de 14de eeuw opkomende gotiek laat in
het Dogenpaleis en in vele privé-paleizen fantasievolle, gouden en kleurrijke
versieringen na, in tegenstelling tot de rest van Italië. Bouwwerken in vroeg
renaissancestijl komen pas in de tweede helft van de 15de eeuw de verhoudingen
zijn minder evenwichtig dan in Toscane, omdat er in de eerste plaats een
schilderachtig effect wordt beoogd van de façaden. Verscheidene kerken, vooral
de Santi Giovanni e Paolo en de Frarikerk, bevatten veel bijzondere
grafmonumenten. De belangrijkste architecten in deze tijd waren Antonio Rizzo
en Pietro Lombudi, die beiden ook als beeldhouwer werkzaam waren; beroemd waren
ook de Florentijn lacopo Sansovino, die de hoogrenaissance in Venetië
introduceerde, en Andrea Palladio, van wie zelfs invloed uitging op de
temperamentvolle meesters der barok, en Vincenzo Scamozzi (1552-1616) en
Baldassare Longhena (1604-1682). Op het gebied van de beeldhouw-kunst waren
bekende mensen Alessandro Leopardi (>1522) en later Alessandro Vittoria
(1525-1608). Opvallende schilders waren in de 15de eeuw Vivarini en lacopo
Bellini, de schoonvader van Mantegna, uit Murano en Carlo Crivelli. Iacopo´s
zoon Giovanni Bellini (ca. 1430 tot 1516) zorgde wat betreft compositie en
kleurgebruik voor een bloeiperiode in de Venetiaanse schilderkunst. Zijn oudere
broer Gentile Bellini (ca. 1429 tot 1507), Vittore Carpaccio (ca. 1455 tot na
1523) en Cima da Conegliano (ca. 1459 tot 1518) werkten in dezelfde lijn.
Giovanni Bellini´s belangrijkste leerlingen waren Giorgione (uit Castelfranco,
ca. 1477-1510), Palma Vecchio (uit Bergamo, ca. 1480 tot 1528) en de
onovertroffen Tiziano Vecelli (uit Pieve di Cadore, ca. 1490 tot 1576), die de
blije levenslust van de renaissance met net zo´n rijke fantasie wist te
schilderen als pathetische kerkelijke scènes en die, vooral als
portretschilder, de gunst van de Italiaanse vorsten en ook van Karel V en
Philips II van Spanje genoot. Behalve deze drie grote meesters waren bekende
schilders Sebas-tiano del Piombo, Lorenzo Lotto, Bonifazio dei Pita-ti,
Pordenone en Paris Bordone. Van de jongere generatie zetten Paolo Veronose
(Caliari uit Verona, 1528-1588), Bassano, Palma Giovane e.a. de school voort.
Een nieuwe weg werd ingeslagen door lacopo Tintoretto (Robusti, 1518-1594),
wiens werken een hartstochtelijke weergave van licht- en kleurenpracht met de
diepste innerlijke ontroering in zich verenigen en een hoogtepunt vormen van de
Venetiaanse barokschilderkunst. In de 18de eeuw traden Canaletto (Antonio Cana
en zijn leerling Bernardo Belotto) en de spirituele Francesco Guardi
(1712-1793) als schilders van stadsgezichten op. de voorgrond; hetzelfde geldt
voor Pietro Longhi als genreschilder. De Venetiaanse schilderkunst, de erfenis
van een bloeiende traditie gedurende driehonderd jaar, wordt afgesloten door de
grote decoratieschilder Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770), met zijn
indrukwekkende muur- en plafondschilderingen dank zij zijn verrassende
lijnenspel en schitterende kleurgebruik.
GewestVeneto.- Provincie : Venezia (VE). Hoogte: 1 m. - Aantal inw.: 370000. Postcode: 1-30100.- Netnummer: 041. EPT, San Marco Ascensione 71 c; telefoon: 2 63 56; informatiekantoren, Piazzale Roma; telefoon: 2 74 02, en bij het centraal station Santa Lucia; telefoon: 213 37. AA, in het Palazzo Martinengo, Rialto 4089; telefoon: 261 10. ACI, Fondamenta Santa Chiara 518a; telefoon : 70 03 00. CIT, Piazza San Marco 48/50; telefoon: 85480.Evenementen :Biennale d´Arte (kunsttentoon-stelling), iedere twee jaar, juni tot september; Festa det Redentore(Feest van de Verlosser). met botencorso, derde zaterdag in juli; Mostra d´Arte Cinema-tografica (filmfestival), augustus/september; histori-sche gondelshow, 1ste zondag in september; moderne kunstfestival, in september : ettelijke kerkelijke feesten, ook met gondelshows.Venetië (landstreek)De historische landstreek Venetië, het gebied van de voormalige republiek Venetië, strekt zich uit in het noordoosten van de Noord-Italiaanse laagvlakte: van de benedenloop van de Po ten noorden van de rivier, tot aan de Venetiaanse Alpen, in het westen begrensd door het Gardameer en de rivier de Mincio, in het oosten door de Adriatische Zee, waar de kust rijk aan lagunes is en eens moerassig was.Staatkundig bestaat het gebied thans uit drie delen: helemaal in het oosten het gewest Friuli/Venezia Giulia (z. bij Friuli), in het noorden het gewest Trentino/Alto Adige (z. bij ZuidTirol) en hiertussen, richting Po en Adriatische Zee, het gewest Veneto (voorheen Venezia Euganea), het belangrijkste gebied van het vroegere Venetië, met zeven provincies (hoofdstad Venetië) en een oppervlakte van 18 377 km2. Het gebied Venetië wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid zowel op landschappelijk als economisch gebied. De ca. 4,2 miljoen inwoners zijn geconcentreerd rond de steden in de Povlakte hier is tevens een hoog ontwikkeldé landbouw (graan, vooral maïs en rijst wijn, fruit, groente, veeteelt) met verwerkings en veredelingsbedrijven (conserven, voedingsmiddelen) en er zijn belangrijke industrieën gevestigd (textiel, bouwmaterialen, metaalbewerking, chemie, petrochemie, werven); de industriële ontwikkeling wordt zeer begunstigd door de goede energievoorziening (waterkracht van de Alpen en aardgas uit de Povlakte). De regionale kunstnijverheid is beroemd. In de bergen leeft men, behalve van het weidebedrijf en de veeteelt, van het toerisme, dat hier al een lange traditie heeft. BEZIENSWAARDIGHEDEN.In het noorden van Venetië ligt aan de Piave de provinciehoofdstad Belluno (294 m; 36000 inw. aan het domplein de dom (met de bouw werd begonnen in 1517, in 1873 gedeeltelijk verbouwd); in het rechter zijschip twee mooie altaarbeelden; van de 66 m hoge klokkentoren een mooi uitzicht. Verder het Palazzo dei Rettori (thans prefettura), een mooi gebouw uit de vroege renaissance (1496), en het Museo Civico (o.a. schilderijen en bronzen).-12 km naar het zuidoosten het wintersportgebied aan de Nevegal (stoeltjeslift naar de Rifugio Cadore, 1600 m; Alpentuin).Van Belluno is een mooie tocht 30 km in noordwestelijke richting door de 15 km lange, indrukwekkende bergengte Canal d´Agordo (tweede deel van de tocht), waar de Cordevole doorheen stroomt, naar het rondom door hoge bergen omsloten stadje Agordo (611 m; 4000 inw. Het typisch Italiaanse Agordo is een uitstekend uitgangspunt voor tochten in de omgeving. Aan de Piazza ligt het schilderachtige Palazzo Crotta di Manzoni.-Van Agordo 18 km meer naar het noorden naar de zuidpunt van het 2 km lange AIIeghemeer (966 m) dat in 1771 is ontstaan door een bergverschuiving. Aan de oostoever van het meer het dorp Alleghe (979 m. in de zomer druk bezocht en een geschikt oord als standplaats voor tochtjes in de omgeving; aardig bergpad oostwaarts, in 3 uur, naar het donkere Lago Coldai (2146 m) en, in 20 min., over de Coldaipas (2190 m) naar FZifugio Coldai (2150 m), prachtig gelegen tegen de noordwand van de geweldige Monte Civetta (3218 m), die van hieruit in 6 uur beklommen kan worden (alleen met gids !). Van het 3 km meer naar het noordwesten gelegen dorp Caprile (1023 m. een tochtje (3 en resp. 7 km) in het Pettorinadal omhoog naar de dorpen Rocca Piétore (1143 m. en Sottoguda (1252 m). Hiervandaan ´s zomers over de oude weg nog 7 km door de diepe kloof Serrai di Sottoguda naar Malga Ciapela (1450 m. zweefspoor over de Forcella Serauta, 2875 m, naar Punta di Rocca, 3309 m) en naar Pian de Lobbia (1841 m) en 2 km verder naar de Fedaiapas (2047 m), dan 3 km langs het stuwmeer Lago di Fedaia naar Rifugio Marmolada; stoeltjeslift naar de Marmoladagletsjer en de weg naar Canazei.
Ongeveer 18 km ten noordwesten van Belluno ligt aan de opening van het Zoldodal het
plaatsje Longarone (468 m. dat op 9 okt. 1963 tegelijk met vier plaatsen in de
omgeving werd verwoest door een 100 m hoge vloedgolf die werd veroorzaakt door
een aardverschuiving bij Monte Toc en waardoor het Lago di Vajont overstroomde
(ongeveer 2000 doden, waarvan 1700 in Longarone; wederopbouw tegen de
westwand). Van Logarone tochtje oostwaarts met bochten en tunnels klimmend door
de 4 km lange wilde Vajontkloof (Gola del Vajont) naar het grotendeels lege,
voormalige stuwmeer Lago di Vajont, met 265 m hoge stuwdam; dan over de Passo di
San Osvaldo (827 m) naar het zomerverblijf Cimolais (652 m). Van Longarone door
het zich langzamerhand vernauwende Piavedal ongeveer 25 km tegen de stroom in
naar de uitgebreide gemeente Pieve di Cadore (878 m. de belangrijkste plaats in
het bovendal van de Piave. Vanwege de prachtige ligging, hoog boven de hier tot
een 8 km lang meer (68 mio. cbm) opgestuwde Piave druk bezocht, zowel
´s zomers als ´s winters. Op het grote plein een monument voor de hier
geboren schilder Titiaan; zijn geboortehuis aan het pleintje met fontein is
thans museum.In het zuiden van de streek Venetië ligt aan de Naviglio Adigetto de pro!inciehoofdstad Rovigo (7 m; 50 000 inw. In het centrum van de stad de langgerekte Piazza Vittorio Emanuele, met de op een hoge zuil staande Marcusleeuw, de Loggia dei Notai (stadhuis met klokkentoren; gerestaureerd) en de Accademia dei Concordi (mooie schilderijenverzameling, Venetiaanse school; bibliotheek; archeologische verzameling). Iets ten westen de dom (17e eeuw; gerestaureerd). Ten noorden van de dom het oude kasteel, meer naar het zuiden een poort (uit 1138). Helemaal in het oosten van Venetië ligt de stad Portogruaro (5 m; 24 000 inw. met mooie oude pergolahuizen, het gotische stadhuis (14de 16de eeuw) en de scheve Romaanse klokkentoren van de dom; in het museum Romeinse oudheden en vondsten uit vroegchristelijke graven bij het 2 km stroomafwaarts gelegen plaatsje Concordia; dit is het oude Romeinse legerkamp ´Concordia Sagittaria´, waar o.a. een Romeinse brug en een vroegmiddeleeuws baptisterium bewaard zijn gebleven. 28 km ten noordwesten van Portogruaro, in het gewest Friuli/Venezia Giulia, ligt de oude provinciehoofdstad Pordenone (24 m; 47000 inw. Pordenone is de geboorteplaats van de schilder Sacchi, ook wel Pordenone (1484-1539) geheten; schilderijen van hem zijn te zien in de laatgotische dom (15de eeuw en in het stedelijk museum (maandag gesloten), dat gevestigd is in het 15e eeuwse Palazzo Richiere. Het stadhuis is gebouwd tussen 1291 en 1365. |
Met behulp van een plattegrond en lettend op de bordjes waarop de richting aangegeven wordt, zijn de hier opgegeven wandelingen goed te volgen. Met lijn 12 van Fondamenta (kade) Nuove kan men naar de eilanden Murano, Burano en Torcello.
Een interactieve plattegrond is te vinden op www.venicexplorer.net/ Het is uiteraard onmogelijk alle bezienswaardigheden op één dag af te haspelen. Maak een duidelijke keuze vooraf, opgelet want sommige musea sluiten tijdens de middag, anderen zijn dan weer gesloten om 17u. Kuier wat in de kleine galerijen achter het San Marco en geniet van de gezellige drukte.Het is uiteraard ook mogelijk om verschillende wandelingen te combineren tot één grote, hou rekening met de slentersnelheid doorheen de stad, deze licht uiteraard lager dan tijdens een boswandeling. Een tweedaags bezoek is zeker geen overbodige luxe. Eten en drinken zijn duur in de stad, een rugzakje met wat water en versnaperingen en/of een stukje fruit zijn niet overbodig. Met de motorhome is het ideaal om het voertuig achter te laten op een camping ter hoogte van Punta Sabioni, en met de Vaporetto (de plaatselijke shuttleboot, +/- 10€ voor een 24uur abonnement), die om het half uur vertrekt, Venetië te bezoeken. Veni, Vidi, Venici
Op en rond het San Marco-pleinJe bezoekt tijdens deze wandeling:Piazza San Marco - San Marco - Campanile - Palazzo Ducale - Ponte dei Sosperi - Torre dell´ Orologio - Procuraties Piazza San Marco Dit plein is geheel met trachiet- en marmerplaten geplaveid. Het is 176 m lang en bij de San Marco 82 m breed en aan de andere kant 52 m. Het Piazzetta is een toevoeging aan het San Marco plein en ligt tussen het Dogenpaleis en de Libreria Vecchia (bibliotheek) di San Marco. Aan de zeekant staan twee zuilen, een met de leeuw van S. Marco en een met een beeld van de H. Theodorus, vroegere patroonheilige van de kerk. San Marco Deze Byzantijnse kerk staat aan de oostzijde. Ze is gebouwd in de 11e eeuw om het graf van St. Marcus een waardevolle plaats te geven. In de voorgevel zijn vijf rijk versierde portalen. Boven de hoofdingang staan vier bronzen paarden uit Constantinopel. De vijf koepels worden gedragen door 500 kolommen. De versieringen van het interieur bestaan uit kostbaar marmer en porfier. De goudkleurige mozaïeken stammen uit de twaalfde en dertiende eeuw. De steentjes glinsteren zo omdat ze onder variërende hoeken op de ondergrond zijn geplaatst. In de apsis troont Christus als Pantocrator. Er onder staan de beschermheiligen van Venetië, Nicolaas, Petrus, Marcus en Hermagoras. Boven het hoofdaltaar zijn profeten afgebeeld. In de centrale koepel zien we de Hemelvaart. De koepel boven het schip stelt Pinksteren voor. Ook het decoratieve plaveisel is uit die tijd. Campanile Voor de San Marco staat de 99 m hoge klokkentoren. Boven op de koepel staat de engel Gabriël. Er voor bevindt zich de logetta, de marmeren hal aan de voet van de toren. Er staan bronzen beelden van Minerva, Apollo. Mercurius en Pax en er is een bronzen deur. Met de bouw ervan is men in negende eeuw begonnen. In de zestiende eeuw heeft hij de tegenwoordige hoogte gekregen. In 1902 stortte hij in en is toen in de oorspronkelijke staat herbouwd. Palazzo Ducale Was het centrale gebouw in de tijd van de republiek Venetië. Het was Bestuurs- en gerechtsgebouw. Ook was er een gevangenis. Het oorspronkelijke gebouw stamt uit de twaalfde eeuw en is in de dertiende tot de zestiende eeuw meermalen verbouwd. De hoofdgevel is een mooi voorbeeld van gotische bouwkunst. Boven elke spitsboog zijn twee smallere bogen. De façade aan de Piazzetta herhaalt het motief van de hoofdfaçade. In de massieve muur er boven zien we gotische ramen. De Porta della Carta, de poort van het Papier, vormt de hoofdingang. Op het binnenplein kan men de –Trap van de Reuzen– zien, zo genoemd in verband met de standbeelden van Mars en Neptunus. Binnen kan men er o.a. schilderijen verzamelingen zien.
Torre dell`Orologio De klokkentoren stamt uit de vijftiende eeuw. Op de wijzerplaat zijn de tekens van de dierenriem aangebracht. Ook de uren, maanden en jaren worden aangegeven. Er boven staan de bronzen –Mori–, die al 500 jaar de uren slaan. Bevindt zich aan de noordzijde van de Piazza. Tijdens de hemelvaartsweek komt er op elk heel uur een engel met een bazuin te voorschijn, links uit het deurtje naast het beeld van Maria om de drie koningen langs haat te leiden. Procuraties Procuratie Vecchei (procurator = beheerder) ligt aan de westzijde van Torre dell`Orologio, dus aan de lange zijde van het plein. Hier waren de procuratoren die belast waren met het onderhoud van de basiliek gevestigd. Er tegenover, aan de zuidzijde ligt de Procuratie Nuove uit de zeventiende eeuw. Wandeling door sestiere San Marco Je bezoekt tijdens deze wandeling : San Moise - Teatro la Fenice - Ateneo Veneto - Chiesa del Giglio - Ponte dell’Accademia - Santa Maria della Salute - Santo Stefano - Palazzo Contarini del Bovolo - Rialto Brug. San Moise We verlaten Piazza San Marco voor onze wandeling door sestiere of stadsdeel San Marco door een poort in het gebouw aan de westelijke zijde. We komen in de Salizzade San Moisè. Zo komt men bij de barokke kerk San Moisè. De kerk San Moisè werd al in de 8e eeuw gebouwd, maar onderging daarna veel wijzigingen. De huidige voorgevel, een ontwerp van Alessandro Tremignon, dateert van 1668 en werd gefinancierd door de familie Fini. Beeldhouwer Heinrich Meyring vervaardigde de sculpturen, die de gevel één groot monument voor de Fini´s doen lijken. Standbeelden waren in Venetië in openbare ruimten verboden, maar op deze manier wisten enkele rijke families een gedenkteken voor zichzelf achter te laten dat misschien nog wel indrukwekkender was dan een officieel standbeeld. De Fini´s waren nog niet lang van adel. Vincenzo, van wie op de obelisk boven de deur een borstbeeld te zien is, had zijn adellijke titel nog maar net voor veel geld gekocht. De trots en rijkdom die de gevel toont, doen wat parvenuachtig aan. We vervolgen onze weg en even later kunt u rechts heen - en dan weer teruggaand - naar
Teatro la Fenice Dit operatheater doet zijn naam alle eer aan. Net als de feniks, It. fenice, de mythische vogel die zich op gezette tijden verbrandde en dan weer verjongd uit zijn as verrees, is het theater bezig om al voor de tweede keer in zijn ruim tweehonderdjarige bestaan uit zijn as te herrijzen. Op 29 januari 1996 werd het in 1792 geopende operagebouw door een brand verwoest. Maar net als na de eerste grote brand in 1836 besloten de Venetianen het weer op te bouwen. Come era e dove era, zoals het was en waar het was, het motto bij de wederopbouw van de campanile aan het begin van de 20e eeuw, is na een korte, hevige discussie ook een strijdleus voor de wederopbouw van Venetiës beroemde operatheater geworden. Dankzij schenkingen uit de hele wereld, maar vooral ook dankzij de vrijgevigheid van de Venetianen zelf zal het theater weer in zijn oude staat worden teruggebracht. Rechts staat Ateneo Veneto (Scuola di San Girolamo of Scuola di San Fantin) Dit bouwwerk werd in 1592-1604 opgericht en fungeerde aanvankelijk als onderkomen voor de Scuola di San Girolamo en de Scuola di San Fantin. Deze laatste broederschap, die ook Broederschap van de Goede Dood heette, had zich tot taak gesteld ter doodveroordeelden te begeleiden tijdens de laatste moeilijke periode van hun leven. Niet alleen de inwoners van Venetië deden giften voor deze broederschap, ook de Venetiaanse staat gaf een bepaald bedrag. Na de opheffing van de Scuola werd het gebouw de zetel van de Società Veneziana di Medicina, die tijdens Napoleons bewind was opgericht. Later werd het geneeskundige genootschap samen met andere wetenschappelijke verenigingen ondergebracht in één academie, de Ateneo Veneto, waarvan de leden nog steeds geregeld bijeen komen. Ook organiseert de academie nog steeds regelmatig openbare lezingen in het gebouw. In de verschillende zalen zijn schilderingen van Jacopo Pahna il Giovane en kunstenaars uit de late 17e eeuw te zien. U wandelt nu weer terug en slaat rechts af en komt bij de Chiesa del Giglio Via de Calle Larga en Calle Ostrenghe komen we bij de Santa Maria Zobenigo of Santa Maria del Giglio. De bijnaam Zobenigo komt van een oude Venetiaanse familie die dicht bij deze kerk een palazzo bezat. In de 17e eeuw, ongeveer tien jaar nadat de huidige gevel van de San Moisè werd gemaakt, veranderde Giuseppe Sardi de gevel in een waar monument voor de rijke familie Barbaro. Dankzij de krachtige, ver uitstekende driekwartzuilen en de diepe nissen met beelden doet de combinatie van architectuur en beeldhouwkunst op de gevel van de Santa Maria Zobenigo evenwichtiger aan dan die op de gevel van de San Moisè. Interessant aan beide kerken is dat er stervelingen te zien zijn op plekken waar men eigenlijk heiligen zou verwachten. Dit was het resultaat van een goede ´deal´, waardoor kerken een fraai versierde voorgevel kregen en vermogende Venetianen zichzelf in het openbaar konden verheerlijken. We vervolgen onze weg richting Accademia en komen op Campo S. Stefano. Links aanhoudend komt men bij de
Ponte dell ’Accademia Ga daar ri Ponte dell’ Accademia. Deze brug vormde de tweede verbinding over het Canal Grande. Is aangelegd door een Oostenrijkse gouverneur. Op deze wijze kon hij zijn troepen sneller verplaatsen door de stad. Vanaf dit punt hebt u een mooi uitzicht op de paleizen aan het Canal Grande. Aan de overzijde van Canal Grande, aan de voet van de brug, ligt de beroemde Galleria dell´Accademia, waar een apart hoofdstuk aangewijd is. In de verte, richting San Marco, zien we : Santa Maria della Salute Vanuit de zee Venetië naderend hebben we deze kerk op Punta della Salute al zien liggen. De kerk is een pronkstuk van Venetiaanse barok. Het is een gedachtenis kerk aan een epidemie die Venetië in 1630 teisterde. Een derde van de bevolking bezweek toen aan de laatsste grote pest. Vandaar ook de naam die zowel gezondheid als verlossing betekent. We zien hier een werk van Titiaan, H. Marcus en H. Sebastiaan., een olieverf op hout. Tijdens het jaarlijkse Festa della Salute, op 21 november , bezoeken nog steeds veel Venetianen de kerk, en een week lang houdt men dankgebeden. We gaan nu weer terug naar Campo S. Stefano en passeren dan de kerk van Santo Stefano Net als veel andere religieuze bouwwerken die in Venetië in de gotische stijl zijn opgetrokken, hoort deze kerk bij een klooster van bedelmonniken, in dit geval van de augustijnenheremieten. Met de bouw van de kerk werd al in 1294 begonnen, maar het bouwwerk kreeg zijn huidige vorm grotendeels pas in de 14e eeuw. De sobere baksteenarchitectuur is karakteristiek voor de bedelordekerken uit die tijd. Bijzonder is dat niet de gevel, maar de lange zijde van het gebouw naar het plein is toegekeerd waaraan de kerk ligt. Ingewikkelde eigendomsverhoudingen met betrekking tot de grond en jarenlange conflicten met omwonenden leidden ertoe dat de augustijnen bij de verbouwing van hun kerk niets aan de richting konden veranderen. Om toch meer ruimte te creëren bouwden ze aan de achterkant zelfs over een ´rio´ (kanaal) heen. Portaal Misschien was de enigszins verborgen en donkere ligging van de ingang voor de monniken de belangrijkste reden om hun kerkportaal wél uitbundig te laten versieren. Het portaal dateert van 1438-1442 en wordt bijna uitsluitend aan het atelier van de beeldhouwerfamilie Buon, toegeschreven. De wild woekerende, sappige acanthusbladeren van de gotische spitsboog en het fijne, gedraaid gebeeldhouwde touw dat de ingang geheel omgeeft, getuigen van de buitengewone kwaliteiten van de beeldhouwer. Interieur Het interieur van de kerk stamt uit de 14e en 15e eeuw en laat mooi zien hoe in een Venetiaanse kerk de oorspronkelijke sobere bedelordestijl werd gecombineerd met de rijke decoraties van de late Gotiek. De altaren in de zijbeuken dateren gedeeltelijk van latere tijden en ook de grote thermenvensters zijn later toegevoegd. Daardoor is de prachtig beschilderde houten kap nu goed zichtbaar, terwijl het vroeger juist vrij donker in de kerk was. Het plafond heeft de vorm van een omgekeerde scheepskiel. Evenals het plafond kwamen de muurschilderingen in de eerste helft van de 15e eeuw tot stand. De steunbogen en het overgangsstuk tussen het kielboogvormige plafond en het koor kregen grijze schilderingen die aan beeldhouwwerken doen denken. in de vloer en in de bakstenen muur van de lichtbeuk is een roodwit ruitpatroon verwerkt, waarvan de rode kleur op die van de gemetselde bakstenen lijkt. Het kleurenspel loopt zelfs door in de zuilen, die afwisselend van rode broccatello uit Verona en van wit Grieks marmer zijn gemaakt. En alsof de natuurlijke kleur van de steen nog niet voldoende was, zijn de kapitalen ruimschoots van verguldsels en verf voorzien. Op Campo San Angelo geeft een poort toegang tot de kloostergang van de Santo Stefano. Aan het grote plein ligt het, in de tiende eeuw gestichte, kerkje Oratoria dell`Annnuciata. We gaan nu de Calle de la Mandola in richting Campo Manin, naar
Palazzo Contarini del Bovolo
Opvallend is de traptoren van het Palazzo Contarini del Bovolo, dat in de laatste jaren grondig gerestaureerd werd. Buitentrappen waren in de 14e en 15e eeuw gebruikelijk bij Venetiaanse huizen. De trap van het Contarini-palazzo was vanwege zijn grootte en vorm echter al tijdens de bouw (eind 15e eeuw) bijzonder. Om dit palazzo te onderscheiden van de 24 andere contarini-palazzi in de stad kreeg het de toevoeging del bovolo, wat Venetiaans is voor van de slak - deze bijnaam verwijst naar de vorm van een wenteltrap. Vanaf de 16e eeuw werden trappen meestal binnenin huizen aangelegd, vaak uitgebreid tot weelderige, prachtig versierde trappenhuizen. De traptoren van het Palazzo Contarini werd met het palazzo verbonden door middel van een aanbouw, waardoor vier loggia´s ontstonden. Deze overdekte galerijen waren ´s zomers erg geliefd bij de Venetianen, vooral wanneer ze uitkeken op een kleine tuin. Ook in binnenhoven werden vaak loggia´s bijgebouwd die met elkaar werden verbonden door een trap. Maar de mooiste buitentrap in Venetië blijft toch echt die ´van de slak´. Bijzonder door de buiten Traptoren. De slakkenhuisvormige traptoren werd in 1499 gebouwd door Giovanni Candi. Het bouwwerk telt vier verdiepingen, die licht krijgen via rondbogen van witte Istrische steen. De rondbogen en de trapleuning worden gedragen door sierlijke zuiltjes, wat de toren een opvallende indeling geeft. Nu gaan we richting Canal Grande en passeren de blokkendoosachtigeS. Luca kerk. Ponte di Rialto Aangekomen bij het Canal Grande hebben we een mooi uitzicht op de Rialto Brug (rivoaltus = diepe geul). In de twaalfde eeuw werd op deze plaats de eerste houten brug over het kanaal gebouwd. In 1588 werd deze vervangen door een stenen brug. De brug is voorzien van twee rijen winkeltjes. Vanaf de brug heeft men een mooi uitzicht op de paleizen met hun veel kleurige meerpalen en op de gondeliers. Links van de brug, aan de overkant van Canal Grande, staat het Palazzo dei Camerlenghi, het paleis van de schatkistbewaarders.
Wandeling van Ponte di Rialto - Piazzale RomaDeze wandelroute loopt door sestiere of stadsdeel Santa Croce en San Polo. De richting Piazzale Roma steeds blijven volgen!Je bezoekt : Ponte di Rialto – Rialtomarkt – Vismarkt – San Giovanni Elemosinario – Campo Sant´ Aponal – Campo San Polo – Santa Maria Glorioso – Campo San Rocco – Scuola San Rocco - Piazzale Ponte di Rialto Rialto is de naam van een district, en niet van een brug - die heet Ponte di Rialto. De naam is ontstaan uit het Latijnse rivoaltus, een diepe geul, en Rialto was de oorspronkelijke naam van de door een diepe waterloop doorsneden eilandengroep die wij tegenwoordig Venitië noemen. Bij deze bocht in de gracht lag de eerste nederzetting en dat was de voornaamste woongemeenschap toen de leiding van de lagune van Malamocco naar hier werd verlegd. Het bestuurscentrum werd spoedig in het Dogenpaleis gevestigd; een kerkelijk centrum ontstond later rond de kathedraal van Castello. De Rialto bleef echter het hart van het commerciële leven in een stad waar de handel van steeds grotere betekenis werd. Nog altijd is het de voornaamste marktplaats en de beste plek om boodschappen te doen. Tegen het einde van de 12e eeuw werd op dit punt een schipbrug over het kanaal gelegd. Deze werd opgevolgd door een reeks houten bruggen, waarvan de laatste, met kramen aan weerskanten en in het midden een ophaalbrug, is afgebeeld op een schilderij van Carpaccio in de Accademia. Al voor het midden van de zestiende eeuw bevond dit bouwsel zich in zeer wrakke staat, zodat de Senaat besloot een nieuwe, stenen brug te laten plaatsen. Michelangelo, Palladio, Vignola, Sansovino en Scamozzi hebben allen ontwerpen ingediend. Het plan dat ten slotte werd aanvaard, was van een veel bescheidener bouwmeester, Antonio da Ponte, die tussen 1588 en 1591 de huidige brug heeft gebouwd. Het is niet duidelijk waarom men aan dit ontwerp de voorkeur gaf; hooguit combineerde het de functie en de contouren van de oude brug met een minimum aan klassieke vormgeving. Een architectonisch meesterwerk kun je het in deze vorm nauwelijks noemen - de gebouwen zijn veel te massief voor de lijn van de boog, de afwerking is grof en de decoratie allesbehalve functioneel. Aan de ´stroomafwaartse´ kant zijn fraaie reliëfs van de aartsengel Gabriël en Maria aangebracht, gemaakt door Agostino Rubini; de figuren van St. Marcus en St. Theodorus aan de andere zijde zijn van Tiziano Aspetti. Constantijn Huygens was van het bouwsel wel onder de indruk; hij liet 30 jaar na zijn Venetiaanse reis op zijn buiten Hofwijck bij Voorburg in de tuin een kopie van de brug neerzetten. De brug oogt het best als u erop staat. Links en rechts bevinden zich winkeltjes met glaswerk uit Murano, schoenen, juwelen, speelgoed en zijde. Midden op de brug omlijsten twee hoge bogen schitterende doorkijkjes over het Canal Grande, aan de ene kant helemaal tot aan het Palazzo Pisani en aan de kant van het station tot aan het Ca´ da Mosto. In die richting ziet u op de rechteroever een aantal van de oudste Venetiaanse paleizen, op Byzantijnse bogen gebouwd en met stenen reliëfs bezet. Bij het afdalen van de brug aan de westzijde ziet u rechts het witte, tussen 1525 en 1528 gebouwde paleis van de Camerlenghi, de financiële ambtenaren van de Republiek, dat met fijnzinnig gebeeldhouwde renaissancemotieven is versierd. Rialtomarkt De brug leidt u naar de drukke Rialtomarkt, die het in kleurigheid tegen heel Venetië kan opnemen en waarbij zelfs het bontste schilderij uit de vijftiende eeuw fiets afsteekt. In vroegere eeuwen lagen hier de kostbare stoffen uit Italië en de 1evant uitgestald naast geraffineerd goud- en zilverwerk. Nu haalt men er de dagelijkse boodschappen: groente, fruit, vlees en kruidenierswaren. Elke morgen weer verdringen zich hier de huisvrouwen en het personeel met een air alsof ze figureren op een altaarstuk van Titiaan. Het Venetiaanse huispersoneel doet het liefst maar voor één maaltijd tegelijk inkopen - een bundel spaghetti, een paar lapjes vlees, een kropje sla, een kleine hoeveelheid nogal onrijp fruit, een stukje kaas en een half ons koffie. Ze doen dat deels om nog eens naar de markt te kunnen gaan, deels om de voorzienigheid niet te tarten. Wat kan er tussen pranzo en cena niet allemaal gebeuren? Hoewel ook in dit land de gruwelen van diepgevroren en verpakt voedsel oprukken, kun je aan de marktkraampjes nog altijd de opeenvolging der seizoenen aflezen. Vroeg in het jaar stralen ze van de bergen sinaasappels en mandarijnen uit Sicilië, van onnatuurlijk blozende appels, reusachtige kammen bananen, lange gele peren, logge witte bloemkolen en bonte, rood-met-geel gestreepte sla uit Treviso. De paarsgroene artisjokken en bleke venkelknollen uit de winter en het vroege voorjaar maken geleidelijk plaats voor de reusachtige, sappige witte asperges uit Bassano. Dan doen hopen kleine gouden nespoli - Japanse mispels - hun intrede, een paar weken later gevolgd door de eerste glanzende juwelen van kersen. De aardbeien volgen, groot en klein, en vervullen de lucht met hun bijzondere aroma; dan zijn er de gouden pruimen, die ze hier gocce doro (gouddruppels) noemen, de eerste witviezige perziken, groene vijgen en ruw gebolsterde meloenen. De volle zomer brengt haast al te grote, gele perziken, grote groene meloenen, zwart en rood van binnen (beter voor de schilder dan voor de gourmet), gladde aubergines, groene, gedrongen zucchini (courgettes) met hun gele bloempjes, vlamrode tomaten, eindeloos veel soorten paddestoelen en bergen groene en blauwe druiven. De eerste peren kondigen de herfst aan en dan volgen de walnoten, de stoffig bruine kastanjes en de forse, fel oranjerode kaki´s - de appels der Hesperiden. In december tooien de kramen zich met strengen hazelnoten en gedroogde vijgen. Ten slotte arriveren vanuit Sicilië weer de eerste zure mandarijntjes met de groene blaadjes er nog aan en dan begint de cyclus der Venetiaanse seizoenen van voren af aan. Het is in ieder jaargetij een genoegen om hier door de Ruga degli Orefici over de markt te slenteren. Behalve groentestallen zijn er ook kaashandelaren, met de scherpe grana, die wij Parmezaanse kaas noemen, met geaderde Gorgonzola, pakjes roomwitte certosina, een harde, Cheddarachtige kaas uit Asiago, en sneeuwwitte heuvels verrukkelijke mascarpone-kwark. Er zijn zaken die zich toeleggen op de talloze soorten pasta - spaghetti, tagliatelle, taglierini en ga zo maar door. Bloemisten verkopen vrolijke, maar jammer genoeg geurloze bossen anjers, en dan zijn er nog juweliers met fijne gouden kettinkjes, medaillons en armbanden. Rechts op de markt vindt u de slagers achter hun hoog opgetaste kalfshouten en de poeliers die in het jachtseizoen uitpuilen van kleurig gevederde vogels: fazanten, patrijzen, eenden, kwartels en allerlei kleine dingetjes die ik nooit nader in ogenschouw heb durven nemen. Vismarkt Kraam na kraam wriemelt het van de parelmoerglanzende schepsels - de branzini (snoekbaarzen), palombi (hondshaaien) en sampieri (of pesci San Pietro - Petrusvissen, zonnevissen). Er zijn kisten vol krabben, bakken grijze garnalen en kleine inktvissen, keurig op rijtjes gelegde, kribbig ogende scampi, gladde en stekelige schelpen, oesters, mosselen en al het kleine grut dat onder de noemer sardini wordt gebracht. Dan slaan we links de Ruga Vecchia, het woord Ruga betekent winkelstraat, in. San Giovanni Elemosinario Aan de Ruga Vecchia San Zuane, aan het einde van de Ruga degli Orefici , staat de kerk van San Giovanni Elemosinario, die wij betreden door een bescheiden ijzeren poort. Hier bevindt zich op het hoogaltaar één schitterend kunstwerk: Titiaans rond 1530 geschilderde altaarstuk van de patroonheilige die aalmoezen uitdeelt. St. Jan de Aalmoezenschenker was een Alexandrijn die bij de dood van zijn vrouw en kinderen al zijn bezittingen aan de armen schonk en priester werd; op verzoek van de geestelijkheid en de parochianen werd hij in 610 tot patriarch van Alexandrië benoemd. In de kapel rechts van het hoogaltaar hangt een altaarstuk van Pordenone uit dezelfde tijd, voorstellend de heiligen Catharina, Rochus en Schastiaan, en een engel die het rechte, maar smalle pad aanwijst. Uit de volle, donkere, fluwelige tinten van dit werk spreekt de invloed van Titiaan, maar in ieder ander opzicht ligt er tussen deze twee werken een immens verschil. Dat van Titiaan is doortrokken van klassieke sereniteit, weidsheid en welbehagen; het propvolle doek van Pordenone heeft een compositie als een draaikolk, vreemd langgerekte figuren en een intens hectische en nerveuze uitstraling. Het enige dat de kerk verder te bieden heeft, is een brokstuk van een Byzantijns reliëf van een Aanbidding der herders, waarschijnlijk uit de vijfde eeuw. De Ruga Vecchia San Zuane volgend bereik je Campo Sant´Aponal Op deze campus staat de kerk S. Aponal, met op de façade van de kerk reliëfs uit de dertiende en de veertiende eeuw. Binnen ziet u links van het eerste altaar aan de linkerkant een klein bas-reliëf van de leeuw van St. Marcus uit de dertiende eeuw. Het is een van de oudste gebeeldhouwde exemplaren van het symbool dat Venetië bij Vondel de eretitel ´Gekroonde Zeeleeuwin´ heeft bezorgd. Campo San Polo Met gelijknamige kerk. Het plein is op het S. Marco plein na het grootste plein van Venetië. Vroeger werd het gebruikt voor stierengevechten, parades en marktkramen. Nu is het er rustig. In de kerk is een schilderijen collectie te zien van de kruisgang van Christus. We vervolgen onze wandeling en laten de kerk rechts van ons. San Polo De kerk van San Polo is een middeleeuws bouwwerk dat in de negentiende eeuw ingrijpend is veranderd. Rond de lancetvensters loopt een fries van fijnzinnig gemodelleerde terracotta panelen. Voor de hoofdingang verheft zich de campanile uit 1362, die aan de voet door twee dertiende-eeuwse Romaanse leeuwen wordt bewaakt. In de kerk hangen verscheidene bijzondere schilderijen. Links van de deur ziet u een Laatste Avondmaal van Tintoretto - een sacramentele uitbeelding van het thema, wellicht bedoeld als weergave van de gedachten van de lange, peinzende figuur rechts. Het vrolijke plafond in de kapel rechts van het hoogaltaar is geschilderd door een achttiende-eeuwse kunstenaar van het tweede plan, Gioacchino Pozzoli. Op het hoogaltaar zelf staan elegante bronzen beelden van Vittoria. De veertien kruiswegstaties op de wanden van het koor zijn in 1747 door Domenico Tiepolo geschilderd, toen twintig jaar oud. Toch is het werk verrassend rijp (vooral de zevende en de tiende zijn van een aangrijpende, dramatische eenvoud). Van de hand van zijn vader, Giovanni Battista, hangt boven het tweede altaar links een prachtige Verschijning van Maria aan St. Johannes van Nepomuk uit 1754. Rond Campo San Polo Rond de Campo San Polo staan enkele grote palazzi. Naast de kerk zien wij het strenge Palazzo Corner-Mocenigo, nr. 2128a, dat aan de kanaalzijde een veel rijkere, door Sanmichele ontworpen gevel bezit. Hier verbleef Baron Corvo tijdens het schrijven van zijn laatste boek, The Desire and Pursuit of the Mok. Toen hij zijn gastvrouw het prachtig gekalligrafeerde manuscript liet inzien, was zij zo geschokt door zijn beschrijvingen van de Engelse gemeenschap in Venetië dat zij hem onmiddellijk op straat zette. Zonder een cent op zak heeft hij bij ijskoud weer een nacht lang over straat rondgezworven, wat hem een longontsteking bezorgde. Maar hij herstelde en wist het boek nog te verrijken met een opmerkelijk venijnige schets van de mensen die hem onderdak hadden geboden. Aan de tegenoverliggende zijde van de campo staan twee mooie gotische paleizen uit de vijftiende eeuw, nrs. 2169 en 2171, met venstertraceringen van kantwerk en balkons met leeuwen. Daarnaast staat het achttiende-eeuwse Palazzo Tiepolo, genoemd naar de adellijke familie, niet naar de schilder. Als u even onder de sottoportico tussen dit gebouw en zijn gotische buren doorloopt, ziet u vanaf de brug de veel rijkere façade aan het kanaal. Het was sedert de vijftiende eeuw natuurlijk heel gewoon dat een Venetiaans paleis de voornaamste gevel aan de waterkant had, hoe miezerig die gracht ook was.
Steek nu de Rio di S. Polo
over, sla even verder rechtsaf de Calle di Saoneri in, dan linksaf langs
de Rio Terra en voor de Rio dei Frari rechts af en u staat even
later oog in oog met deSanta Maria Gloriosa We zijn nu bij ons hoofddoel van deze wandeling, de kerk Santa Maria Gloriosa dei Frari, De Broeders, die van 12.00 tot 14.30 uur gesloten is. Franciscaner monniken hebben deze kerk gebouwd in de veertiende eeuw. Men heeft een eeuw gebouwd aan deze prachtige, eenvoudige, gotische kerk. In de gevel zien we drie mooie rozetramen. In de kerk zijn veel kapellen en monumenten te zien. Hoogte punt is ongetwijfeld Titiaans Maria Hemelvaart in het priesterkoor. Abt Germano heeft Titiaan gevraagd een schilderij te maken voor het hoofdaltaar. De omlijsting was al besteld, een gebeeldhouwde marmeren boog, meer dan 6 meter hoog en 3 meter breed. Hij werkte er met tussen pozen twee jaar aan. Titiaan schilderde geen personen in een realistisch landschap zoals toen gebruikelijk. Het oog moest getrokken worden door de gespannen figuren, de apostelen, op de voorgrond. Dan moest de blik omhoog gaan naar Maria en vervolgens omhoog naar God. Let vooral op de kleuren, rode tinten, geel als gedreven goud en blauw.
Een ander bekend werk van Titiaan in deze kerk is De madonna van Pesaro. Gever
en familie staan in de linker benedenhoek. Madonna met Kind staan rechts.Titiaan is de grootste van alle Venetiaanse schilders en heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de moderne schilderkunst. In deze kerk is ook het graf van Titiaan. In 1852 is er een monument boven gebouwd. Het beeldt de gebaarde meester uit, gezeten tussen Natuur en Kennis en wordt geflankeerd door figuren die het schilderen, het graveren, het beeldhouwen en het bouwen voorstellen. Het drieluik van Bellini zien we op het altaar van de sacristie. Het stelt Maria met het kind voor tussen de heiligen, Nicolaas, Petrus, Benedictus en Paulus. Men schilderde in de vijftiende eeuw statisch, verstild en terughoudend. Titiaan maakt zich hier later van los van. Hij schildert dynamisch, beweeglijk en retorisch. Via een plattegrond kan men de kapellen en monumenten thuis brengen. Campo San Rocco Links om de kerk heenlopend komen we op de Campo San Rocco met de kerk San Rocco en de Scuola van San Rocco. Hier zijn vele werken van Tintoretto te zien. Scuola San Rocco Deze scuola hield zich bezig met de ziekenverzorging en ontstond na de grote pestepidemie van 1477 door samenvoeging van twee aan Rochus (Rocco) gewijde broederschappen. Rochus, een man die tijdens een reis besmet was geraakt met de pest en daarna door een engel werd genezen, was de heilige die men bij epidemieën aanriep. In 1485 slaagde de scuola erin de in Zuid-Frankrijk bewaarde stoffelijk resten van haar schutspatroon in haar bezit te krijgen. Door deze belangrijke relikwie had het broederschap veel toeloop en stroomde het geld binnen. Al in 1489 kon de eerste steen voor de kerk gelegd worden en rond 1516 werd met het scuola-gebouw begonnen. Toen de Scuola Grande della Misericordia voor haar nieuwe onderkomen een gevel met vrijstaande zullen plande, besloot het Rocco-broederschap de prachtige, met gekleurde steen versierde gevel van het eigen verenigingsgebouw nog verder te verfraaien. Architect Gian Giacomo de´Grigi kreeg daartoe rond 1550 opdracht. Interieur Jacobo Tintoritto (1518- 1594) heeft tijdens zijn hele leven veel voor de Scuola di San Rocco gewerkt. Voor het verenigingsgebouw van het broederschap heeft hij bijna alle schilderijen gemaakt en dat terwijl veel leden van de scuola niets moesten hebben van zijn stijl; sommige mensen die geld schonken voor schilderijen, zelden er nadrukkelijk bij dat het geld in geen geval voor werken van Tintoretto gebruikt mocht worden. Zie zijn schilderijen in de Scuola Grande di San Rocco Piazzale Roma Steeds richting Piazzale Roma aanhoudend komt men weer bij het Canal Grande. Met de vaporetto, lijn 1, kan men dan weer terug naar het San Marco plein. Stapt men bij halte S. Zaccaria uit dan heeft men nog een mooi uitzicht vanaf het water op het San Marco plein. Noordelijke wandeling San Marco - Rialto Je bezoekt : San Salvatore – Rialto brug Via de “Toren met de Klok” gaan we door drie straten, de Merceria dell`Orolgio, de Merceria Zulian en de Merceria del Capitelo. We zijn dan door een van de bekendste en duurste wijken van Venetië gelopen. "Merceria" betekent : "plaats waar men fournituren verkoopt". We lopen rechts langs de San Salvatore De kerk is een indrukwekkend voorbeeld van de bloei van de renaissancearchitectuur in Venetië, die vooral uit traditionele Venetiaanse vormen put. De architecten Giorgio Spavento en Tuillo Lombardo gebruikten bij de bouw in 1507-1534 een kruiskoepelschema als dat van de Basilica di San Marco. De lengteas wordt gevormd door drie grote, achter elkaar geplaatste koepels, die elk op vier pijlers rusten. Elke pijler heeft een pendant die als pilaster half in de buitenmuur lijkt te verdwijnen. De kleine vierkante ruimten die zo ontstaan, worden op hun beurt overwelfd door koepels. Op basis van zeer simpele vierkante, overkoepelde modulen ontstaat zo een afwisselende aaneenschakeling van verschillende ruimten die naar believen kan worden verlengd. Mauro Codussi was er in de 15e eeuw in geslaagd het oude systeem van de kruiskoepelkerk met behulp van renaissancevormen nieuw leven in te blazen. Dat hij ook een voorbeeld was voor de vroeg-16e-eeuwse architecten van de San Salvatore, blijkt uit de grijze accentuering van alle constructieve delen van het gebouw. Door een glasplaat in de vloer voor het hoogaltaar zijn de oude grafkamers onder de kerk te zien. Op het hoogaltaar staat Titiaans schilderij Transfiguratie, dat een waardevolle 14e eeuwse retabel van verguld zilver aan het zicht onttrekt. De retabel kunt u alleen bekijken tussen 3 en 15 augustus en op feestdagen. Jacopo Sansovino Grafmonument van doge Francesco Venier, 1555-1561 Marmer Caterina Cornaro, de in 1510 overleden koningin van Cyprus, die aan het einde van de 16e eeuw in de San Salvatore haar laatste rustplaats vond, was misschien beroemder dan doge Francesco Venier. Het grafmonument dat Jacopo Sansovino, de architect van de Libreria, voor de doge maakte, is echter wel luxueuzer uitgevoerd dan dat van de koningin. Architectuur en beeldhouwkunst zijn aardig in evenwicht in dit monument, dat door gekleurd marmer en bladgoud de indruk wekt zeer kostbaar te zijn. Hoewel Sansovino een vooraanstaand beeldhouweratelier had, heeft hij geen overdadige decoraties in de beelden van het monument aangebracht. Kunsthistorici zijn het er niet over eens welke figuren hij zelf maakte en wat hij aan medewerkers en leerlingen overliet. De liggende figuur van de doge en het daarboven aangebrachte reliëf met de piëta en de knielende doge (rechts) zijn waarschijnlijk door Alessandro Vittoria gemaakt, Sansovino´s meest getalenteerde leerling. De personificatie van de hoop in de rechternis beschouwt men algemeen als een werk van Sansovino zelf. Ook de allegorische figuur van Caritas in de linkernis schrijven sommige kenners aan hem toe. Kopie naar Giovanni Bellini : Het Emmausmaal
Olieverf op doek Dit schilderij werd vroeger beschouwd als een werk van Giovanni
Bellini, hoewel dat vanwege het grote formaat nooit onomstreden was.
Stilistisch gezien moet het evenwel tot de late 16e eeuw gerekend worden,
dus van na Bellini´s dood (1516). Nu beschouwt men het als een kopie van
een schilderij dat Bellini rond 1490 maakte.Titian : De Annunciatie 1560-1565 Olieverf op doek, 405 x 235 cm De Annunciatie in de San Salvatore is een fascinerend laat werk van Titian, dat ongeveer tien jaar voor zijn dood tot stand kwam. De schilder geeft de gebeurtenis als een visioen of een mystiek wonder weer en vertaalt de bijbelse tekst naar zijn eigen beeldentaal. De open ruimte waarin Maria zit, wordt gekenmerkt door architectonische elementen, zoals de zuilen links, en door huisraad, zoals de lessenaar en de vaas rechts. Het wonder van de Maria-boodschap neemt als een haast materiële verschijning de hele ruimte in beslag. De aartsengel Gabriël, die Maria komt verkondigen dat zij Gods Zoon zal baren, treedt niet gewoon een mooie woonkamer binnen, zoals op veel beroemde schilderijen in de eeuw daarvoor, maar lijkt deel uit te maken van een grote veelkleurige wolk, waarin de beschouwer pas allerlei engelenfiguren ontdekt wanneer hij beter kijkt. in de zeer realistisch geschilderde vaas voor de Maagd Maria zijn bloemen gerangschikt die gloeien als vuur. Dit is een toespeling op het oudtestamentische verhaal van het brandende braambos dat Mozes in de woestijn heeft mogen zien. De vlammende struik, die echter niet geheel verbrandt, wordt beschouwd als een vooruitwijzing naar de geboorte van Christus. Rialto Brug In de twaalfde eeuw werd op deze plaats de eerste houten brug over het kanaal gebouwd. In 1588 werd deze vervangen door een stenen brug. De brug is voorzien van twee rijen winkeltjes. Vanaf de brug heeft men een mooi uitzicht op de paleizen met hun veel kleurige meerpalen en op de gondeliers. Links van de brug, aan de overkant van Canal Grande, staat het Palazzo dei Camerlenghi, het paleis van de schatkistbewaarders. SESTIERE CASTELLO en een deel van CannaregioJe bezoekt bij deze wandeling:Santa Maria dei Miracoli – Scuola di San Marco – Monument voor Colleoni – Santi Giovanni e Paolo (Venetiaanse Pantheon) – Ospedaletto – Santa MAria Formosa – Galleria Querini Stampalia – Familie Lombardo Santa Maria dei Miracoli bardoStampalia - Familie e Pantheon) - Ospedaletto ote, hou rekening dat de slentersnelheid doorheen de stad lager licht We beginnen de wandeling in Sestiere Cannaregio waar het absolute meesterwerk van de familie Lombardo, de kerk van Santa Maria dei Miracoli, een van de mooiste gebouwen ter wereld, staat.
Vanaf de Campo San Bartolomeo, aan de San
Marco-zijde van de Rialtobrug, bereikt u het via de Salizzada San
Giovanni Crisostomo, over de gelijknamige brug, rechtsaf de Salizzada
San Canciano in, en dan weer rechtsaf over de Campo Santa Maria Nova,
waar u eindelijk aan de herrie en de drukte van de winkelstraten ontsnapt. Hier
wacht u ook de eerste betoverende confrontatie met het oosteinde van de kerk.
Van onder tot boven gehuld in panelen wit, grijs en warm geel marmer, bekroond
door een fiere koepel, die de hoekige, aan een juwelenkistje herinnerende
opbouw aanvult en afrondt, lijkt ze op het eerste gezicht te mooi om waar te
zijn - geen echte kerk, maar iets op de achtergrond van een schilderij van
Bellini of Carpaccio.De Santa Maria dei Miracoli is tussen 1481 en 1489 gebouwd om onderdak te bieden aan een wonderdadige afbeelding van Maria. Aan de buitenzijde creëert een trefzeker evenwicht tussen rechte en gebogen lijnen een effect van harmonische rust, dat zich slechts laat vergelijken met de langzame, precieze frasen van een Gregoriaanse melodie, gezongen door een kloosterkoor. Bij nadere beschouwing blijkt het vernuftige raffinement van het ontwerp. Om de kerk groter te laten lijken dan ze in feite is, heeft Pietro Lombardo verscheidene optische illusies toegepast. Hij heeft bijvoorbeeld de ramen niet midden onder de rondbogen geplaatst, maar aan de zijkant, waardoor de indruk ontstaat dat ze achter de bogen liggen, zo- dat de vlakke gevel voor het oog aan diepte wint. Door veel meer pilasters aan te brengen dan voor een bouwwerk van deze afmetingen gebruikelijk was, heeft hij bovendien het perspectivische effect bereikt van een zijgevel die zich over een aanzienlijke afstand langs de gracht uitstrekt. Voorts heeft hij door lichte variaties in het kleurgebruik het exterieur op subtiele wijze verlevendigd: het oosteinde is uitgevoerd in schakeringen blauwgrijs en wit, maar de noord- en de zuidzijde hebben door toepassing van panelen rossig-geel marmer een rozige tint gekregen. De decoratie van de voorgevel is uiteraard uitvoeriger, met platen poffier en groen serpentijnmarmer. De werking van het gebouw is natuurlijk voor een groot deel te danken aan de schoonheid van het materiaal, dat Lombardo wijselijk voor zich heeft laten spreken. Gebeeldhouwde versiering is spaarzaam toegepast en dat weinige is meesterlijk gehouwen: de halffiguur van een heilige midden op de oostgevel, de levendig uitgehouwen panelen lofwerk rond de deuren en de kleine medaillons op de deurstijlen. Interieur Aan de binnenzijde zijn de wanden van de kerk bekleed met panelen grijs en koraalrood marmer, die haar een koel en bijna onderzees aanzien geven. Wanneer je ogen aan de schemering beginnen te wennen, doemen de gezichten van heiligen en profeten op, die onbewogen neerblikken vanaf het zwaar vergulde plafond. Aan het oost-einde leidt een steile trap naar het koor, dat van het schip gescheiden wordt door een elegante balustrade met een ambo links en rechts. Op de balustrade staan bustes van St. Franciscus, de aartsengel Gabriël, Maria en de H. Clara. De voetstukken van de pilasters die de koorboog dragen, zijn voorzien van een ingewikkelde decoratie van zeemonsters, putti en tussen bladeren verborgen gezichten. Vergelijkbare motieven - sterk verwant met de architectuur op de latere altaarstukken van Giovanni Bellini - sieren de pilasters en de wanden. Rond het altaar staat een laag scherm van marmeren kantwerk, dat in zijn verfijning herinnert aan de Byzantijnse ivoorsnijkunst. Op het altaar zelf staat het wonderdadige schilderij waarvoor de kerk is gebouwd. Boven ons hoofd, op de pendentieven van de kleine koepel, zijn in bas-reliëf de evangelisten afgebeeld. Slechts één voorwerp ontbreekt in deze volmaakte synthese van kunstvormen uit de vroege renaissance: de door Giovanni Bellini voor de orgelluiken geschilderde Annunciatie, gesitueerd in een evenals de kerk met marmer bekleed vertrek, die in 1807 door cultuurbarbaren is weggehaald en zich thans in de Accademia bevindt. We vervolgen nu onze weg, vanwaar we aangekomen waren. Steken de Rio S. Canciano over en komen via Calle Larga op Campo Santi Giovanni e Paolo. Scuola di San Marco Rechts van het kanaal staat de Scuola di San Marco, tegenwoordig het stadsziekenhuis van Venetië. Het is belangrijk dat wij de scuola van deze kant naderen, want zo komt het trompe-l´oeileffect van de gevel goed tot zijn recht. Het onderste deel van de façade is ontworpen en gebouwd door Pietro Lombardo, wiens zoons de grote reliëfs hebben gemaakt waarop St. Marcus de latere St. Anianus, de schoenlapper uit Alexandrië, geneest en doopt. Het bovenstuk, met de smaller wordende vensters en de bultige, halfronde frontons, is ontworpen door Lombardo´s rivaal Mauro Coducci. Ruiterstandbeeld van Bartolomeo Colleoni Op het plein staat een van de mooiste monumenten van Venetië, het ruiterstandbeeld van Bartolomeo Colleoni. Bij zijn dood in 1475 liet de condottiere - generaal van de huurlingen - Bartolomeo Colleoni, die de landmacht van de republiek had aangevoerd, het grootste deel van zijn vermogen na aan Venetië, op voorwaarde dat te zijner nagedachtenis op de Piazza San Marco een ruiterstandbeeld zou worden opgericht. De traditie liet niet toe dat er op een zo prominente plaats een beeld voor een particulier werd opgericht, maar omdat de Senaat de nalatenschap niet graag wilde mislopen, bepaalde hij dat de formulering van het testament hem toestond het beeld voor de Scuola di San Marco neer te zetten. De opdracht voor het monument ging in 1479 naar de Florentijnse beeldhouwer Andrea Verrocchio, die in 1483 een model op ware grootte voltooide, maar stierf voor het in brons gegoten was. Het gieten werd toevertrouwd aan Alessandro Leopardi, die zijn naam opvallend op de buikriem van
het paard aanbracht en
tevens de sokkel ontwierp, waarna het geheel ten slotte in 1496 werd onthuld.
Het paard straalt een vitale, krachtige beweging uit die in de westerse kunst
nauwelijks wordt geëvenaard. Colleoni werpt een trotse blik omlaag, waaruit zo
te zien ook na vele eeuwen nog zijn karakter spreekt. Het is geen gedenkteken
voor een persoon maar voor een klasse, het is de huurling aller tijden - trots,
verraderlijk, inhalig, roofzuchtig en alleen ridderlijk tegen mensen die er
contant voor konden betalen of tegen lieden van zijn eigen slag, van wie hij
naar de code van de onderwereld een gelijke behandeling verwachtte. Dat maakt
het beeld zo fascinerend. Het brengt de verre wereld van het vijftiende-eeuwse
Italië in al haar pracht en rauwheid tot leven en biedt zo een hoognodig
tegenwicht tegen de indruk van milde luchtigheid die de kerk van Santa Maria
dei Miracoli bij ons heeft gewekt. Het feit dat Colleoni de herinnering aan hem
in een ruiterstandbeeld wilde laten voortleven, is het enige interessante dat
wij van hem weten, want hij wilde onsterfelijk worden in de gedaante van een
Romeinse held. Verrocchio greep de kans met beide handen aan, niet alleen om Donatello
naar de kroon te steken, wiens Gattamelata zo´´n 25 jaar tevoren in Padua was
opgericht, maar ook de onbekende maker van het beroemde antieke bronzen beeld
van Marcus Aurelius in Rome. De Venetiaanse Staat was maar al te blij de stad
te kunnen sieren met een beeld dat het Romeinse Rijk waardig was, en haalde
zich daarmee een berisping van een dominicaan op de hals, die opmerkte dat men
´de gebruiken van heidense naties navolgde´. Het beeld belichaamt in ongekend
zuivere vorm het streven van de renaissance naar een herschepping van de
luister van de oude wereld.
Santi Giovanni e PaoloIs bij de Venetianen bekend als San Zanipolo en is
een van de grootste van de stad. Aan het einde van de dertiende eeuw is men met
de bouw van deze bakstenen kolos in Venetiaanse gotiek begonnen, maar pas in
1430 is hij voltooid en ingewijd. De buitenkant is pittoresk, het inwendige
groots, met een imposant hoog schip en een door slanke, dubbele lancetvensters
verlichte absis. Meer nog dan de architectuur zijn het echter de vele beelden
en schilderijen die hier de aandacht opeisen. |
|
|||||||||